TIEN
Praktijken
Hoewel
ieder organisch levend wezen geconditioneerd wordt om op de eerste plaats de
standaardwereld van de soort waar te nemen, hebben mensen het vermogen om
andere versies van de werkelijkheid te beleven, die net zo echt, uniek,
absoluut en overweldigend zijn als de standaardwereld. Het bestaan ervan is
constant en onafhankelijk, maar om deze andere versies waar te nemen, moeten ze
niet alleen begeerd worden, maar je moet ook voldoende vitaliteit hebben om er
in te verblijven en erin te participeren. In de overtuiging dat een
conditionering te corrigeren is, ontwikkelden de Tolteken een reeks praktijken
die ontworpen zijn om hun vermogen om waar te nemen te herconditioneren.
Met
andere woorden, de praktijken van de Tolteken zijn ontwikkeld om het
verzamelpunt te manipuleren; het naar believen van positie te laten veranderen,
zodat in de emanatievorm van de mens het contactpunt met de zee van beleving
verplaatst. Door deze verplaatsting komen andere heelalemanaties dan die van de
standaard waarneming op het verzamelpunt samen met binnenemanaties, waardoor de
mogelijkheden van beleving van de mens anders gebruikt worden dan dit het geval
is in de standaard waarneming. Eerder genegeerde emanatiebundels worden afgestemd
en waargenomen en welke deze zijn is afhankelijk van de verplaatsting. Wanneer
de verplaatsting een verschuiving is, zijn deze waarnemingen ofwel verschoven
visies op de figuratieve versie van de werkelijkheid ofwel directe waarnemingen
van de abstracte versie van de werkelijkheid. En wanneer de verplaatsting een
beweging is, zijn het directe waarnemingen van compleet andere werelden,
onbegrijpelijke, onvoorstelbare werelden zonder een spoor erin van iets dat
binnen het betekenis systeem van de mensheid geinterpreteerd kan worden. Dan, door
het verzamelpunt op zijn verplaatste positie vast te zetten, kan een ziener dat
wat zich aandient nauwkeurig observeren en er een actieve participant in worden.
Alle
praktijken van zieners, van de meest eenvoudige tot de meest verbazingwekkende,
maken nergens anders gebruik van dan van de vermogens van het menselijke
lichaam. Ik noem hier enkele praktijken die ontwikkeld zijn om het verzamelpunt
los te maken van de standaardpositie, het te verplaatsen naar een veschoven of
bewogen positie en het daar vast te zetten, zodat de mogelijkheden van beleving
van de mens optimaal ontwikkeld en gebruikt kunnen worden: *waterstaren *krachtloop *ongewoon gedrag *klap van de nagual *innerlijke stilte *daalverschuiving *hallucinogene planten *toverijpraktijken *gedroom
*recapitulatie.
waterstaren
De
Tolteken verdeelden hun kennis in vijf sets van elk twee categorieën.
De
eerste set: de aarde en de donkere gebieden. Hun kennis van de aarde werd
gebruikt om alles wat op de grond staat ofwel positief ofwel negatief te
beinvloeden. Er waren bepaalde bewegingen, woorden, zalven, drankjes die werden
toegepast op mensen, dieren, insecten, bomen, planten, rotsen, aarde. De
tegenhanger van de aarde was wat de Tolteken kenden als de donkere gebieden. Deze
praktijken hadden te maken met communicaties met anorganische wezens.
De
tweede set: vuur en water. De kennis van vuur en water gebruikten ze ofwel om de
standaardwereld anders waar te nemen ofwel een andere wereld waar te nemen. Ze
verdeelden vuur in hitte en vlam, en ze verdeelden water in nattigheid en
vloeibaarheid. Ze noemden hitte en nattigheid de mindere eigenschappen en ze
beschouwden vlammen en vloeibaarheid als magische eigenschappen. Deze laatste werden
eveneens gebruikt als een middel voor communicaties met anorganisch leven.
De
derde set: het bovenstaande en het onderstaande, de vierde set: het luide en
het stille, de vijfde set: het bewegende en het stationaire. De praktijken van
de Tolteken waren ingewikkeld en de meeste zijn tegenwoordig zo goed als
verdwenen. Dus ik noem deze drie sets even kort. De derde set waren praktijken
die te maken hadden met het bovenstaande zoals wind, regen, wolken, bliksemschichten,
donder, daglicht, de zon en het onderstaande zoals mist, water van ondergrondse
bronnen, moerassen, aardbevingen, de nacht, maanlicht, de maan. De vierde set
waren praktijken die te maken hadden met de manipulatie van geluid en stilte. En
de vijfde set waren praktijken die te maken hadden met mysterieuze aspecten van
beweging en bewegingloosheid.
Waterstaren
is een voorbeeld van een praktijk van de derde set. Hierbij wordt een
spiegelend voorwerp in een stromend of stilstaand water onderdgedompeld. Het voorwerp
kan elk plat object zijn dat het vermogen heeft om beelden te reflecteren. Voor
de Tolteken vergrootte het reflecterende oppervlak van een ondergedompeld glanzend
voorwerp de werking van het water als een verbinding naar andere 'niveaus'. De
nattigheid van water was voor hen iets dat alleen maar dempt of doorweekt,
terwijl de vloeibaarheid van water stroomt naar wat zij de 'andere niveaus daaronder'
noemden. De Tolteken telden zeven niveaus. Ik ben een ziener van de nieuwe
cyclus, en daarom heb ik een andere visie. Mijn versie is dat je door in water
te staren een bepaalde kwaliteit van je ogen gebruikt, waardoor je sneller in
de juiste innerlijke staat komt om het onbekende waar te kunnen nemen. Maar dit
betekent niet dat de praktijken van de Tolteken ongeldig zijn; hun interpretaties
zijn niet de mijne, maar hun waarheden hadden praktische waarde voor hen. In
het geval van de waterpraktijken waren ze de overtuiging toegedaan dat het
mogelijk was om door de vloeibaarheid van water lichamelijk te worden
getransporteerd. Ten eerste, in het standaard niveau langs de waterloop van een
rivier in beide richtingen; hiervoor
gebruikten ze stromend water. En ten tweede, zoals tijdens het
waterstaren, vanuit het standaard niveau naar ergens tussen het standaard
niveau en de zeven niveaus in de diepten daaronder; hiervoor gebruikten ze het
water van waterpoelen. Ook gebruikten ze waterpoelen om een een-op-een
ontmoeting te hebben met een levend wezen van wat ze het eerste niveau noemden.
Een van hun ontdekkingen hield in dat via een waterlichaam de zekerste manier
is om een van die anorganische wezens tegen te komen. De grootte van het
waterlichaam doet er niet toe; een ondiepe rivier of een plasje dienen hetzelfde
doel. De anorganische levensvorm komt om te ontdekken wat er aan de hand is als
mensen roepen en die Tolteekse techniek is als een klop op hun deur. Voor de
Tolteken diende het glanzende oppervlak op de bodem van het water als lokaas en
als raam. Dus mensen en anorganische wezens ontmoeten elkaar bij zo'n raam. De
Tolteken zouden hebben gezegd dat je het effect ondergaat van de kracht van het
water en de kracht van het eerste niveau, plus de magnetische invloed van het
wezen bij het raam. Zoals gezegd, ik heb een andere visie. Het over de diepten
en niveaus hebben is bij wijze van spreken. Er zijn geen diepten of niveaus, er
is alleen de omgang met beleving.
krachtloop
De
Tolteken ontwikkelden een praktijk die krachtloop of het lopen op het
verzamelpunt genoemd wordt. In een staat van innerlijke stilte maak je een
loopbeweging, op een en dezelfde plaats. Het ritme van gedempte stappen vangt
de afstemimpuls op en het verzamelpunt haakt zich vast aan de randen van de
band van de mens. Aan de rechterrand vind je visioenen van fysieke activiteit, geweld,
moord, sensualiteit. Aan de linkerrand vind je visioenen van spiritualiteit, religie,
god. Samen is dat een compleet beeld van de stapel mens-gerelateerde rommel, die
het product is van de inventaris-activiteit van de mens. Omdat deze
verschuivingen van het verzamelpunt verplaatsingen zijn langs de randen van de
band van de mensen worden ze laterale verschuivingen genoemd. Alle
ongeloofwaardige of bizarre waarnemingen die het gevolg zijn van de krachtloop,
zijn vertekende versies van de standaardwereld.
ongewoon gedrag
Het
moeilijkste op het pad van zoekers is om voor de eerste keer het verzamelpunt
te verschuiven. Die verschuiving is de voltooiing van het pad van de zoeker en
de doorbraak naar het pad van de ziener. De Tolteken ontwikkelden technieken om
de initiële verschuiving van het verzamelpunt van binnenuit op eigen kracht te
bewerkstelligen. Een van deze technieken is te volharden in ongewoon gedrag. Ze
merkten op dat elk ongewoon gedrag agitatie in het verzamelpunt veroorzaakt. Ze
ontdekten dat als ongewoon gedrag systematisch wordt beoefend en nuchter wordt
aangestuurd, het uiteindelijk het verzamelpunt doet verschuiven. Maar
allereerst moet er de realisatie zijn dat de wereld die standaard waargenomen
wordt het resultaat is van het feit dat het verzamelpunt zich o.a. door collectief
gewoontegedrag op een specifieke positie in de cocon bevindt. Als dat eenmaal
ten volle gerealiseerd is, verschuift het verzamelpunt als gevolg van de
ontwikkeling van nieuwe individuele gewoontes.
de klap van de nagual
De
positie van het verzamelpunt kan zowel van binnenuit op eigen kracht verschoven
worden, als met de hulp van iemand of iets van buitenaf. De praktijk uit de
tweede categorie die bekend staat als de 'klap van de nagual' is een ontdekking
van de Tolteken en is al eeuwen deel van onze traditie. Zoals ik eerder
vertelde, oefenen de heelalemanaties een voortdurende druk uit op wat zich in
de cocon bevindt en de werking van beleving is dan om de heelalemanaties te
laten samensmelten met de binnenemanaties. In de standaard waarneming worden
steeds dezelfde emanaties benadrukt. De Tolteken ontdekten het proces van het
benadrukken van andere dan de standaard emanaties en ze realiseerden zich dat door
een klap op het verzamelpunt te geven een nagual vrouw of een nagual man de
druk kan verleggen naar aangrenzende emanaties. De klap creëert een deuk die de
binnenemanaties in beroering brengt, waardoor de gloed van beleving op
niet-standaard emanaties valt. Anders gezegd, het verzamelpunt raakt los van de
standaardpositie, selecteert vanuit de verschoven positie emanaties voor
afstemming, met als gevolg waarnemingen die buiten de mogelijkheid van de
standaard beleving van de mens liggen. Zieners van de nieuwe cyclus gebruiken
de techniek van de klap dan ook om hun leerlingen te begeleiden bij het leren
over de mogelijkheden van de beleving van de mens.
De
klap van de nagual moet op het verzamelpunt worden gegeven, een precieze plek
die van individu tot individu miniem verschilt. Daarom kan de klap alleen
worden gegeven door een nagual die kan zien. Een niet-ziende nagual kan niet de
precieze plek zien om op te slaan. En een ziener die geen nagual is, kan
misschien wel op de precieze plek slaan, maar heeft niet de vitaliteit om de
gloed van beleving te verschuiven.
Het
waren de Tolteken die ontdekten dat het verzamelpunt van de mens zich niet in
het organische lichaam bevindt, maar in de lichtuitstralende schil van de cocon.
Omdat het verzamelpunt een intense helderheid heeft kan de nagual de plek zien
en erop duwen. De duw creëert een deuk in de cocon en het wordt door de
ontvanger gevoeld als een flinke klap op het lichaam. Er zijn twee typen deuken,
de ene is een holte en de andere is een spleet; elk heeft een eigen effect. De
holte is een tijdelijk kenmerk en veroorzaakt een tijdelijke verschuiving en de
spleet wordt een diepgaand en permanent kenmerk van de cocon en veroorzaakt een
permanente verschuiving. Een cocon van mensen van wie het gewaarzijn enkel
bestaat uit introspectie verhardt, en zo'n cocon wordt meestal in zijn geheel
beinvloed door de klap van de nagual. Soms is de cocon echter erg buigzaam en
creëert de kleinste duw een komvormige deuk die in grootte varieert van een
deukje tot een die een derde is van de totale cocon. Of het creëert een spleet
die over de breedte van de ei-achtige vorm kan lopen, of over de lengte ervan, waardoor
de cocon eruitziet alsof hij zich heeft opgerold. Sommige coconschillen keren, nadat
ze zijn gedeukt, direct terug naar hun oorspronkelijke vorm. Andere blijven
uren of zelfs dagen achtereen gedeukt, waarna ze alsnog hun ongedeukte vorm
terugkrijgen. Bij weer anderen ontstaat een stevige deuk die een volgende klap
van de nagual op een aangrenzend gebied vereist, om de oorspronkelijke vorm van
de cocon te herstellen. En een paar van de schillen verliezen hun deuk nooit
meer als ze die eenmaal hebben; ongeacht hoeveel klappen ze krijgen van een
nagual, ze keren nooit meer terug naar hun ei-achtige vorm.
Wanneer
de nagual het verzamelpunt duwt, belandt het op een andere plek ergens op de
band van de mens. Het maakt niet uit waar, want waar het ook naar toe
verschuift, het is altijd een niet eerder gebruikte positie. De grote test die
zieners voor hun leerlingen ontwikkelden, is om het traject van verschillende posities
dat hun verzamelpunt onder invloed van de nagual heeft afgelegd, op eigen kracht
terug te volgen. Deze praktijk van het herwinnen van je totaliteit wordt
recapitulatie genoemd en moet door de standaard waarneming worden uitgevoerd.
Het
is misleidend om het over de band van de mens te hebben, want in feite is het
eerder een schijf. De cocon van de mens lijkt op een transparante wittige
ei-achtige bol, die verdeeld is in vier longitudinale secties, met op de lijn
tussen het eerste en tweede deel een donkere schijf die in de bol is gestoken. De
donkere schijf gaat van het oppervlak aan de ene kant naar het oppervlak aan de
andere kant, helemaal door de wittige bol. Het verzamelpunt van de mens bevindt
zich hoog op de schil van de cocon, zo'n driekwart van de afstand naar de
bovenkant van de bol. Wanneer een nagual op dat punt van intense helderheid duwt,
beweegt het verzamelpunt in de donkere schijf. Verschoven gewaarzijn ontstaat, wanneer
de gloed van het verzamelpunt een aantal tot nu toe ongebruikte emanaties in de
donkere schijf verlicht. Als je de gloed van het verzamelpunt in die schijf
ziet verschuiven, krijg je het gevoel dat deze naar links verschuift op het
oppervlak van de cocon. De transparantie van de lichtuitstralende bol wekt die
indruk, maar in feite is elke verschuiving van het verzamelpunt in de diepte, in
het midden van de bol langs de dikte van de band van de mens. De Tolteken
hebben de verschuiving van het verzamelpunt gezien, maar niet dat het een
verschuiving in de diepte was. Ze volgden hun zien en bedachten de uitdrukking 'verschuiving
naar links'. En hoewel dit eveneens, net als de band van de mens, misleidend is,
is dit nog steeds de naam die wij gebruiken. (HIER 2 verslagen van
het effect van een klap van de nagual: 1. Carlos Castaneda kreeg een klap van de nagual Juan Matus en 2. Paramahansa
Yogananda kreeg een klap van de goeroe Sri Yukteswar.)
innerlijke stilte
De
staat van zijn die het resultaat is van het stoppen van de interne dialoog werd
door de Tolteken innerlijke stilte genoemd. Tijdens innerlijke stilte worden
waarnemingen gedaan die buiten de mogelijkheid van de standaard beleving van de
mens liggen. Met andere woorden, indirecte waarnemingen verdwijnen en directe
waarnemingen nemen het over. Beleving is het vermogen dat je als mens hebt om
het bestaan gewaar te zijn en het is het hebben van beleving dat je tot een levend
wezen maakt. Ik heb het erover gehad hoe dit vermogen in de regel tijdens de
eerste jaren na de geboorte ingeperkt wordt. Innerlijke stilte heft die beperking
op en daarom is het de staat waarop al onze praktijken gebaseerd zijn. Alles
wat wij doen in onze praktijken, die er zonder uitzondering op gericht zijn de
mogelijkheden van beleving optimaal aan te wenden, heeft innerlijke stilte als
basis.
De
praktijk van innerlijke stilte werkt voor iedereen, maar de een heeft er meer
aanleg voor dan de ander. Sommige beoefenaars hebben een paar minuten stilte
nodig om het gewenste resultaat te bereiken, terwijl anderen misschien wel een
paar uur nodig hebben. Het gewenste resultaat is wat de Tolteken het stoppen
van de wereld noemden, het moment waarop alles om je heen ophoudt te zijn wat
het standaard is. Dat is het moment waarop je overgaat op directe waarneming. Met
andere woorden, het verzamelpunt gebruikt niet langer de emanaties voor
afstemming die het in de standaardpositie gebruikt en bijgevolg heeft wat je
waarneemt een totaal andere aard dan waaraan je in de standaardwereld gewend
bent. Innerlijke stilte is de praktijk die leidt naar een opschorting van ieder
oordeel, omdat de waarnemingen van gegevens die uit het onbekende deel van het universum
voortkomen zich onttrekken aan het betekenis systeem van de mensheid.
daalverschuiving
Het
effect van innerlijke stilte is mysterieus. Zodra je in een staat van innerlijke
stilte verkeert, komt het verzamelpunt los om te verplaatsen. Gewoonlijk is dit
een verschuiving naar links, dat is als richtingsvoorkeur een spontane reactie
van de meeste mensen, maar er zijn nog steeds zieners die die verschuiving
kunnen richten op posities onder de standaardpositie van het verzamelpunt. Deze
verschuiving wordt de 'verschuiving naar beneden' of de 'daalverschuiving'
genoemd.
Je
kunt ook ook een spontane daalverschuiving hebben. Het verzamelpunt zet zich
daar dan niet vast, en dat is maar goed ook, want het is wat zieners de positie
van het monster noemen. Mijn mening is dat een daalverschuiving niet
bevorderlijk is voor het streven van een ziener, hoewel het gemakkelijk is om
te doen. Voor de Tolteken was het heel gebruikelijk om hun verzamelpunt te
laten dalen. Dit maakte hen experts in het aannemen van dierlijke vormen. Ze
kozen verschillende dieren als hun referentiepunt en noemden die dieren hun
nagual. Door hun verzamelpunt naar specifieke posities te verschuiven, verworven
ze de kenmerken van het dier van hun keuze, de kracht of wijsheid of
behendigheid. Er zijn veel voorbeelden van dergelijke praktijken, zelfs onder
zieners van onze tijd. Het relatieve gemak waarmee het verzamelpunt van de mens
'daalt', vormt een grote verleiding voor bepaalde zieners. Een daalverschuiving
resulteert in een waarneming van een versie van de standaardwereld die beperkt
en gedetailleerd is, zo gedetailleerd dat het een totaal andere wereld lijkt. Het
is een betoverend beeld dat een grote aantrekkingskracht heeft, vooral voor die
zieners die een avontuurlijke maar op de een of andere manier luie instelling hebben.
De verandering van perspectief kan erg prettig zijn, er is minimale inspanning
nodig en de resultaten zijn vaak verbluffend. Als een ziener wordt gedreven
door snel resultaat, is er geen effectievere manoeuvre dan de daalverschuiving.
Een
spontane daalverschuiving gebeurt periodiek bij elke ziener, maar naarmate het
verzamelpunt permanenter verder naar links verschuift komen zulke
verschuivingen steeds minder vaak voor. Elke keer dat een spontane
daalverschuiving gebeurt, neemt de vitaliteit van een ziener die hem ondergaat
af. Een spontane daalverschuiving gebeurt vaker bij vrouwen dan bij mannen, maar
die kunnen meestal ook moeiteloos hun verzamelpunt weer uit die positie weghalen,
terwijl dit voor mannen moeilijk kan zijn. En ook het verzamelpunt op elke
positie vastzetten na een daalverschuiving gaat vrouwen meestal makkelijk af, terwijl
mannen daar in de regel minder aanleg voor hebben.
Zoals
ik zei levert een daalverschuiving een andere waarneming op, niet van een
andere wereld, maar van onze eigen standaardwereld, bekeken met een andere blik.
Bepaalde geografische gebieden helpen niet alleen bij een verschuiving van het
verzamelpunt, maar selecteren ook specifieke richtingen voor die verschuiving. Bijvoorbeeld,
de Sonora woestijn helpt het verzamelpunt om van zijn standaardpositie te dalen,
naar de positie van het monster. Daarom zijn er in Sonora echte tovenaars,
vooral vrouwen.
hallucinogene planten
Als
het verzamelpunt verschuift, leidt dit tot nieuwe afstemmingen, en dus tot
nieuwe waarnemingen. Hallucinogene planten werden en worden
gebruikt om het verzamelpunt te verschuiven. Hallucinogene planten hebben dat effect, maar
bijvoorbeeld honger, vermoeidheid, koorts kunnen een soortgelijk effect hebben.
tovenarij
Tovenarijpraktijken
hebben geen intrinsieke waarde. Hoe verschillend van elkaar ze ook mogen zijn, hun
echte functie is altijd om de standaard waarneming de controle over het
verzamelpunt te laten loslaten. Het verplaatsen van het verzamelpunt kan zonder
rituelen en bezweringen gepraktiseerd worden. Toch kunnen rituelen en
bezweringen op een bepaald moment in het leven van een zoeker nut hebben. Omdat
het repetitief is, lokt ritueel gedrag de standaard waarneming weg van de introspectie
die het verzamelpunt rigide vasthoudt in zijn standaardpositie. Als je
verzamelpunt spontaan zijn rigiditeit verliest, verlies je je verstand. Als je
een zoeker bent, weet je dit, en je wacht af wat er komen gaat. Gezond zijn in
de standaardwereld betekent dat het verzamelpunt onbeweeglijk is. Als het
verschuift, betekent het dat je gestoord bent. Voor een zoeker wiens verzamelpunt
spontaan is verschoven staan er twee opties open. De ene is om te erkennen dat
je gestoord bent en je op een gestoorde manier te gedragen, gestoord te
reageren op de waarnemingen die zich door de verschuiving aandienen. De andere
is om je geduld te bewaren, wetende dat het verzamelpunt zo goed als altijd
terugkeert naar zijn standaardpositie. Mocht het verzamelpunt niet terugkeren
naar zijn standaardpositie, dan ben je ofwel ongeneeslijk gestoord, omdat je
verzamelpunt op de verschoven positie de standaardwereld nooit zal kunnen
selecteren, ofwel je bent een weergaloze ziener die het traject naar het
onbekende is begonnen.
gedroom
Om
het verzamelpunt te verplaatsen worden er dus nog steeds een aantal praktijken beoefend
die sinds het begin van onze traditie, tientallen eeuwen geleden, door zieners
van de verschillende cycli ontwikkeld zijn. Zij ontwikkelden deze praktijken door
de gloed van beleving te observeren. Wat ze zagen resulteerde in de volgorde
waarin ze de waarheden over beleving rangschikten. Deze volgorde staat bekend
als de greep op beleving en het is de greep op beleving die door zieners zoals
ik gebruikt wordt in al onze praktijken die gericht zijn op het verwerven van
vrijheid.
Een
van deze praktijken noemden de Tolteken gedroom. Gedroom is een praktijk om de
reikwijdte van wat waargenomen kan worden te vergroten. Het kan opgevat worden
als een ‘poort naar oneindigheid’. Het is een sensatie; een proces in het
lichaam; een beleving in de geest. Gedroom is gebaseerd op vijf observaties.
Ten eerste: enkel de emanaties die direct door het verzamelpunt lopen kunnen gebundeld
worden tot een coherente waarneming. Ten tweede: zodra het verzamelpunt naar
een andere positie verplaatst, hoe klein de verplaatsing ook is, stromen er
andere dan de standaard emanaties doorheen, die dan eveneens gebundeld worden
tot een stabiele, coherente waarneming. Ten derde: het verzamelpunt verschuift in
de loop van gewone dromen gemakkelijk automatisch naar een andere positie op
het oppervlak of in het binnenste van de cocon. Ten vierde: het verzamelpunt kan
bewegen naar posities buiten de cocon. En ten vijfde: het is mogelijk om een spontane
verplaatsing van het verzamelpunt, tijdens een gewone droom in de slaap, vast
te zetten.
De
observatie aan het begin van de ontwikkeling van gedroom als praktijk, is dat
in dromen het verzamelpunt spontaan een klein beetje naar links verschuift. Het
verzamelpunt ontspant wanneer de mens slaapt, met als gevolg dat allerlei niet-standaard
emanaties beginnen te gloeien. De Tolteken raakten gefascineerd door die
observatie en begonnen met deze spontane verschuiving te werken. De greep op de
spontane verschuiving die het verzamelpunt ondergaat in de slaap betekent dat
je het verzamelpunt vastzet op de positie waar deze in de slaap naar toe
verschuift. Bij gedroom is er geen manier om de verschuiving te sturen; het
enige dat die verschuiving dicteert, is de mate van vitaliteit van de dromer.
De
Tolteken hebben geprobeerd hun dromen te sturen, met als doel hun verzamelpunt
diep naar de linkerkant te laten verschuiven. Maar ze ontdekten dat wanneer ze
dit probeerden de spontane verschuiving verstoord werd en het verzamelpunt
onmiddellijk terugkeerde naar zijn standaardpositie. Vanaf daar ontwikkelden de
Tolteken hun kennis over het onderwerp verder; kennis die tot op vandaag een
grote invloed heeft op wat ziener-dromers met gedroom doen.
Zieners
die dromers zijn moeten een heel subtiel evenwicht vinden, want behalve dat
dromen niet kunnen worden gestuurd door de inspanning van de ziener-dromer, mogen
ze niet worden gestoord. En toch moet de verschuiving van het verzamelpunt
onder controle komen van de ziener-dromer. Dit is een tegenstrijdigheid die
niet kan worden gerationaliseerd, maar in de praktijk moet worden opgelost.
Nadat
ze dromers hadden geobserveerd terwijl ze sliepen, kwamen de Tolteken tot de
oplossing om dromen hun spontane loop te laten volgen. Ze hadden gezien dat in
sommige dromen het verzamelpunt van de dromer aanzienlijk dieper naar de
linkerkant verschuift dan in andere dromen. Deze observatie stelde hen voor de
vraag of de inhoud van de droom het verzamelpunt naar een specifieke positie
verschuift, of dat de verschuiving naar een specifieke positie de inhoud van de
droom produceert. Ze concludeerden dat dit laatste het geval is en wel dat de verschuiving
naar de linkerkant de droom produceert. Hoe verder de verschuiving, hoe
bizarder de droom.
Dromen
sturen is dus niet mogelijk en daarom dienen de oefeningen die zijn ontworpen
om het verzamelpunt vast te houden op de positie waar het in de droom spontaan
naartoe verschuift. Het is hier dat de ziener-dromer een subtiel evenwicht moet
vinden. Het enige wat je kunt controleren is het vastzetten van het
verzamelpunt.
Zieners
van de nieuwe cyclus aarzelden in eerste instantie om gedroom te beoefenen. Ze
geloofden dat gedroom, in plaats van te versterken, de vitaliteit van zoekers
aantastte. Om de kwalijke effecten van gedroom te compenseren, ontwikkelden ze een
gedragssysteem dat je de onberispelijke levensstijl, of onberispelijkheid, zou
kunnen noemen. Met dat systeem verwerven zieners de vitaliteit die ze nodig
hebben om de verschuiving van het verzamelpunt in gedroom te begeleiden. De
overtuiging achter het systeem is dat een leven van onberispelijkheid
onvermijdelijk leidt tot nuchterheid, en een conditie van nuchterheid leidt op
zijn beurt tot een verschuiving van het verzamelpunt die zonder nadelen is.
Zieners
van de nieuwe cyclus gaan ervan uit dat zoekers zich kunnen ontwikkelen tot
ziener-dromer door een eigen weg te volgen. Omdat gedroom een spontane verschuiving
van het verzamelpunt gebruikt, zou je niemand nodig moeten hebben om je te
helpen. Wat je nodig hebt is nuchterheid die voortkomt uit onberispelijkheid in
je dagelijks leven. Zonder nuchterheid zal de verschuiving chaotisch blijven,
zoals iedere gewone droom chaotisch is.
Onberispelijkheid
begint met een enkele handeling die volgehouden wordt. Als die handeling vaak
genoeg wordt herhaald, resulteert dit in een open verbinding met 'intentie'. Intentie
is de actieve kant van oneindigheid. Heb je een open verbinding met intentie
dan zorgt oneindigheid voor je in alles wat je doet. Je kunt onbezorgd zijn,
wat resulteert in innerlijke stilte, en innerlijke stilte geeft je de
vitaliteit die nodig is voor het verzamelpunt om in gedroom naar voor jou geschikte
posities te verschuiven. De ontwikkeling van controle komt nadat deze basis is
voltooid en bestaat uit het systematisch handhaven van de droompositie door
vast te houden aan de visie van de droom. Gestage oefening resulteert in een
groot vermogen om met nieuwe dromen nieuwe droomposities vast te zetten, niet
zozeer omdat je met oefening controle verkrijgt, maar omdat elke keer dat het
vastzetten van een droom geoefend wordt je vitaliteit toeneemt. Voldoende
vitaliteit zorgt er op zijn beurt voor dat het verzamelpunt verschuift naar droomposities
waar dromen steeds ordelijker worden.
Zodra
door nuchterheid de ordelijke droomposities steeds sterker worden, is de
volgende stap om wakker te worden in elke droompositie. Deze manoeuvre, hoewel
het eenvoudig klinkt, is een complexe aangelegenheid. Een onberispelijke ziener
vertrouwd op intentie. Het gerichte gebruik van de intentie-impuls is wat, voor
een onberispelijke ziener, een afstemming van de droompositie in stand houdt.
Waar
het verzamelpunt in dromen ook naartoe verschuift, wordt de droompositie
genoemd. De Tolteken werden zo bedreven in het vastzetten van hun droompositie
dat ze in staat waren om wakker te worden, terwijl hun verzamelpunt daar
verankerd bleef. Die wakkere droomaanwezigheid noemden ze het droomlichaam. Ze
waren zo bedreven dat ze, elke keer dat ze wakker werden in een nieuwe
droompositie, een tijdelijk nieuw droomlichaam creëerden.
Het
vermogen van het droomlichaam is niet te onderschatten. Het is bijvoorbeeld
gemakkelijk voor het droomlichaam om onafgebroken naar de emanaties te staren
gedurende lange periodes, maar het is ook gemakkelijk voor het droomlichaam om
uiteindelijk volledig door hen te worden verteerd. Ziener-dromers lossen dit
probleem op door in teams te zien. Terwijl één ziener-dromer naar de emanaties
staart, staan anderen klaar om het zien te beëindigen. Ze dromen samen. Het is heel
goed mogelijk dat bij een groep ziener-dromers een afstemming gebeurt van
dezelfde emanaties. En ook in dit geval zijn er geen bekende stappen, het
gebeurt gewoon; er is geen techniek om te volgen. Bij het samen dromen, neemt
iets in ons de leiding en we merken dat we plotseling dezelfde waarneming delen
met andere dromers. Onze menselijke conditie zorgt ervoor dat we de gloed van
beleving automatisch richten op dezelfde emanaties die andere mensen om ons
heen gebruiken; we passen de positie van ons verzamelpunt aan, om zo te passen
bij de anderen. We doen dat aan de rechterkant, in onze standaard waarneming, en
we doen het ook aan de linkerkant, terwijl we samen dromen.
Het
onderscheid tussen de Tolteken en de zieners van de nieuwe cyclus is dat de
eerste een droomlichaam ontwikkelden dat min of meer een replica is van een
aards lichaam, maar met meer fysieke kracht, en dat de tweede een droomlichaam zonder
antropomorfe interpretatie prefereren. De Tolteken lieten daarom hun
verzamelpunt langs de rechterrand van de band van de mens glijden. Hoe dieper
ze het langs de rechterrand verschoven, hoe bizarder hun droomlichaam werd. Het
droomlichaam van de Tolteken getuigt van dezelfde mentaliteit die hen er ook
toe dreef om antropomorfe interpretaties te geven aan hun waarnemingen. De
hedendaagse ziener-dromers verschuiven hun verzamelpunt langs het
middengedeelte van de band van de mens. Als de verschuiving gering is, is de
verandering van de ziener-dromer nauwelijks merkbaar. Maar is de verschuiving aanzienlijker
dan wordt hun droomlichaam een lichtvlek. Zo'n abstract droomlichaam vinden wij
bevorderlijk voor begrip en onderzoek.
recapitulatie
Recapitulatie
is een intensieve praktijk van herinneren, die je helpt contact te maken en
contact te onderhouden met de actieve kant van oneindigheid die wij 'intentie'
noemen. Recapitulatie werd door de Tolteken ontwikkeld en wordt nog steeds
algemeen beoefend. Het is zoals al onze praktijken een praktijk die voortkomt uit
de directe waarneming van de emanaties zoals die door het universum trillen.
Recapitulatie is een praktijk om je onvervreemdbare individualiteit te
versterken.
Zoals
ik eerder zei is het voor een zoeker om ziener te worden noodzakelijk dat deze
het traject van de verschillende posities, dat het verzamelpunt onder invloed
van iets of iemand van buitenaf heeft afgelegd, op eigen kracht terugvolgt. Deze
activiteit heet het 'herwinnen van de totaliteit' en moet door de eerste
aandacht worden gedaan. Iedere positie die het verzamelpunt onder invloed heeft
ingenomen heeft namelijk een specifieke waarneming, die vergeten wordt zodra
het verzamelpunt weer in zijn standaardpositie is teruggekeerd.
Zieners
maken hun leerlingen in de eerste aandacht vertrouwd met basisbegrippen en
basisprocedures en in de tweede aandacht geven ze hen de ervaring en de gedetailleerde
uitleg. Zodra ze weer in de eerste aandacht verkeren herinneren leerlingen zich
normaal gesproken deze uitleg niet, maar toch slaan ze die op de een of andere
manier intact op in hun geheugen. Het herinneren van alles wat hen in de tweede
aandacht overkomen is, is een van de moeilijkste en meest complexe traditionele
taken op de weg van zoeker tot ziener. Zieners verklaren dat deze moeilijkheid o.a.
het gevolg is van het feit dat elke keer dat iemand de tweede aandacht
betreedt, het verzamelpunt zich op een andere positie bevindt. Herinneren dan
is het verplaatsen van het verzamelpunt naar de exacte positie die het innam op
het moment dat die toegangen tot de tweede aandacht plaatsvonden.
Zieners
hebben niet alleen een volledig en absoluut geheugen, maar herbeleven elke ervaring
die ze in de tweede aandacht hadden, door hun verzamelpunt terug te brengen
naar elk van die specifieke posities. Ze wijden een leven lang aan het
vervullen van deze taak van herinneren.
naar NEGEN (de dood) <
Labels: Juan Matus