Juan Matus (Carlos Castaneda) VIER: LEVENDE WEZENS
VIER
Levende wezens
Zoals alles wat bestaat zijn levende wezens gemaakt van emanaties. Mensen zijn bubbels die lijken op minuscule bollen van witachtig licht. Iedere bubbel is een cocon, die een minuscuul deel van de emanaties omsluit. De binnenemanaties in de bubbel en de heelalemanaties erbuiten hebben dezelfde eigenschappen en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer zieners de mens zien, zien ze één enkele bol. Als er een ander mens naast staat, wordt die andere bol ook gezien als één enkele bol. In het universum zijn er alleen maar individualiteiten, ieder omringd door het oneindige.
Voor zieners betekent levend zijn, dat iemand beleving heeft. Beleving hebben houdt in, dat de emanaties van beleving in een verpakking zijn opgesloten. Bij organische levende wezens is dit een cocon die de emanaties omsluit. Maar er zijn anorganische levende wezens, waarvan de verpakking in niets op een cocon lijkt.
Als emanatievormen zijn mensen weefwerkjes van hele fijne draden die circuleren van het hoofd tot de tenen; een bol van circulerende draadjes. Hun armen en benen zijn als lichtuitstralende borstelharen, die in alle richtingen uitbarsten. De cocon van de mens is een ei-achtige wittige vorm met erin een donkerdere schijf. De bol is verdeeld in vier longitudinale secties, met een band op de lijn tussen het eerste en tweede deel. Als je je die wittige bol transparant voorstelt, heb je een tamelijk goede replica van de cocon van de mens. De donkere schijf gaat helemaal door de wittige bol. Het is een schijf die van het oppervlak aan de ene kant naar het oppervlak aan de andere kant gaat. Via bundels van lange draden die in alle richtingen uit het midden van hun buik schieten staan mensen in verbinding met wat hen omgeeft. Deze bundels houden hen in evenwicht en geven hen stabiliteit.
In de standaard waarneming lijken de dingen vrijwel hetzelfde elke keer dat er naar gekeken wordt. Voor zieners daarentegen is niets ooit hetzelfde. Hoe vaak ik bijvoorbeeld dezelfde mens ook zie, hun lichtuitstralende bol is iedere keer anders. Zoals gezegd is zien waarneming die afwijkt van standaard waarneming. Het proces dat leidt tot waarneming heet afstemming. Wanneer afstemming gebeurt stemmen je binnenemanaties af op de overeenkomende heelalemanaties. De afstemming van emanaties die standaard worden gebruikt neem je waar als de standaardwereld. De afstemming van emanaties die standaard worden genegeerd, zorgt voor waarnemingen die vallen onder de noemer 'zien'.
De ogen van de mens kunnen twee functies vervullen: de eerste is het zien van trillingen zoals deze door het universum gaan en de tweede is kijken naar dingen in de standaardwereld. Geen van beide functies is beter dan de andere, maar zieners beschouwen het als een onnodig verlies om de ogen alleen te trainen voor de standaard waarneming. Het zien van zieners is geen kwestie van enkel de standaard functie van de ogen. Zien, dat dus het resultaat is van een afstemming die niet standaard is, kan niet iets zijn waar je alleen maar naar kunt kijken. Terwijl zo'n niet-standaard afstemming gebeurt, is er iets dat verklaart, iets dat mij vertelt wat wat is. Zieners noemen dit de stem van het zien, maar het is onjuist om te zeggen dat 'zien' horen is, omdat het veel meer is dan dat. Kennis die door de praktijk van zien tot een ziener komt is als een stortbui van goudkleurige stofdeeltjes.
De stem van het zien is mysterieus. De Tolteken dachten dat het de stem was van een overweldigende aanwezigheid die nauw verwant is aan de mensheid, een beschermer van de mens. De hedendaagse zieners bevestigen dat die aanwezigheid bestaat en noemen deze de mal van de mens. Ze zeggen echter ook dat de mal van de mens geen stem heeft.
De mal van de mens is een emanatiebundel in de emanatieband van organisch leven. Het wordt de mal van de mens genoemd, omdat de bundel alleen in de cocon van de mens verschijnt. Je kunt de mal van de mens opvatten als een patroon dat de kwaliteiten van menszijn op een amorfe blob van biologische materie stempelt. Een proces dat continu mensvormen voortbrengt. Zoals er patronen zijn die dit doen voor iedere organische levensvorm. Elke soort heeft een eigen stempel en elk individu van elke soort dat door het proces is gevormd, vertoont de kenmerken die kenmerkend zijn voor de eigen soort.
Er zijn twee manieren om de mal van de mens waar te nemen. Je kunt deze waarnemen als een mens of je kunt deze waarnemen als een emanatievorm. De Tolteken en de europese mystici hebben één ding gemeen: hoewel ze de mal van de mens zagen, hebben ze volgens mij zelden begrepen wat deze is. Mystici hebben verslagen van hun ervaringen gegeven, maar deze verslagen zijn meestal gebrekkig, vanwege de bijna algemene vergissing om de waarneming van de mal van de mens te interpreteren als een almachtige, alwetende schepper. Dit heeft overeenkomsten met de interpretatie van de Tolteken, die de mal van de mens een vriendelijke geest noemden, een beschermer van de mens. Zieners van de nieuwe cyclus beseffen dat de mal van de mens geen schepper is, maar het patroon van elk menselijk kenmerk dat we kunnen bedenken, aangevuld met nog wat kenmerken die we ons niet kunnen voorstellen. De mal is wat ons stempelt en niet wat ons uit het niets creëert. Voor de meeste mystici gebeurt de mystieke ervaring als een toevallig of spontaan zien van de mal van de mens. Zij is eenmalig en heeft weinig betekenis, omdat ze het resultaat is van een willekeurige verplaatsing van het verzamelpunt. Zieners zijn in staat om de mal van de mens naar believen te zien. Ze zagen dat wat vaak God genoemd wordt een oertype van menszijn is, zonder enige invloed. Het is een verspilling van je vitaliteit om er bijvoorbeeld enige verwachting op te richten. Wij zijn het product van een stempel. De mal van de mens is de juiste naam voor wat het is; een patroon, een vorm, een model dat bepaalde emanaties bundelt. Deze bundel noemen wij mens.
De onbevattelijke abstractie, die ik voor het gemak van deze uitleg in navolging van de Tolteken de Adelaar noem, creëert levende wezens, zodat deze door hun leven te leven de hen gegeven beleving realiseren. In de overlevering van de Tolteken vloog op het moment van de dood de beleving van levende wezens als een lichtuitstralende wattenbol rechtstreeks in de snavel van de Adelaar. Hun interpretatie was, dat de Adelaar de gerealiseerde beleving consumeert en dat dus gerealiseerde beleving het voedsel is van de Adelaar.
De Adelaar schenkt beleving in seksuele gemeenschap. Wanneer levende wezens paren, geven hun binnenemanaties beleving door aan het nieuwe levende wezen dat gecreëerd wordt. Tijdens de seksuele daad ondergaan de emanaties die in de cocon van beide partners zitten een agitatie, waarvan het hoogtepunt een samensmelting is, een versmelting van twee stukken van beleving, één van elke partner, die zich losmaken van hun cocons. Vanaf het moment van conceptie begint beleving te rijpen, door het proces van levend zijn. De beleving van bijvoorbeeld een individueel insect en die van een individueel mens groeien vanaf het moment van conceptie op heel verschillende manieren, maar met gelijke consistentie.
Organisch leven is niet de enige levensvorm en organische wezens zijn niet de enige wezens die leven hebben. Er zijn wezens zonder organisch leven, die desalniettemin levende wezens zijn, en die samen met alle organische wezens de aarde bevolken. Zoals gezegd is het kenmerk van levend zijn, dat een individualiteit beleving heeft. En dat de emanaties van beleving in een verpakking zitten. Dat dit bij organische levende wezens een cocon is en dat er anorganische wezens zijn met een andere verpakking. Toch hebben die andere verpakkingen de emanaties van beleving in zich, plus kenmerken van leven die weliswaar verschillen van voortplanting en metabolisme, maar desalniettemin kenmerken van leven zijn. Ik heb het met name over liefde, en wel liefde van een intensiteit en puurheid, die maar weinig mensen zich voor kunnen stellen.
Emanaties zijn altijd gegroepeerd in bundels. Bundels, klein en groot, worden bijeen gehouden door een mysterieuze hoedanigheid in het universum; een bindend, vibrerend fenomeen dat emanaties bijeenhoudt in een samenhangende eenheid. Ik noemde al dat de mal van de mens een emanatiebundel is in de emanatieband van organisch leven. De emanatieband van organisch leven is één van de emanatiebanden. De emanatiebanden zijn noch plat noch rond, maar onnavolgbaar gebundeld, als een gigantische in de lucht gegooide pluk hooi. Zeggen dat er een centraal deel is of dat er randen zijn, is misleidend. De naam emanatieband is ook een naam die aan ons is overgeleverd vanuit de traditie, en hoewel de bundels niet echt banden zijn, wordt de naam nog steeds gebruikt. Iedere band is van onmetelijke grootte.
Er zijn op aarde achtenveertig emanatiebanden. Dit betekent dat er achtenveertig soorten organisaties op aarde zijn, achtenveertig soorten structuren. Organisch leven is er één van. Dan zijn er zeven banden die anorganische bubbels van beleving voortbrengen. En de overige veertig banden brengen bubbels zonder beleving voort; het zijn banden die alleen structuren genereren.
De emanaties van de band die organische wezens voortbrengt, hebben iets van pluizigheid. Ze zijn transparant en hebben een uniek eigen licht. Ze hebben beleving, ze springen. Andere emanatiebanden zijn donkerder en minder pluizig. Sommige hebben helemaal geen licht en zijn ondoorzichtig.
Ik bedoel niet dat alle organische wezens dezelfde emanaties in hun cocons hebben. Hoewel organische wezens tot dezelfde emanatieband behoren, is dit niet het geval. Zie het als een enorm brede band van lichtuitstralende draden, lichtuitstralende snaren zonder einde. Organische wezens zijn bubbels die groeien rond een groep emanaties. Stel je voor dat in deze band van organisch leven sommige bubbels worden gevormd rond de emanaties in het midden van de band, terwijl andere worden gevormd rond die dicht bij de randen; de band is meer dan breed genoeg om elk soort organisch wezen een plaats te bieden. In zo'n opstelling missen bubbels die dicht bij de randen van de band liggen de emanaties die zich in het midden van de band bevinden, die alleen worden gedeeld door bubbels die eveneens in het midden liggen. Op dezelfde manier missen bubbels in het midden de emanaties van de randen. Hoewel organische wezens de emanaties van één emanatieband delen, zijn binnen die band wezens zo verschillend als ze maar kunnen zijn.
De Adelaar schenkt beleving. Of, oneindigheid schenkt beleving. Beleving is drie gigantische emanatiebundels die door de emanatieband van organisch leven en door de zeven emanatiebanden van anorganisch leven lopen. Ieder van deze drie bundels laat zieners een tint voelen. Eén bundel geeft het gevoel beigeroze te zijn, een andere geeft het gevoel perzikkleurig te zijn en de derde bundel geeft het gevoel amberkleurig te zijn, zoals heldere honing. In de emanatieband van organisch leven behoort de roze bundel voornamelijk toe aan planten, de perzikkleurige bundel aan insecten en de amberkleurige bundel aan de mens en andere dieren. Hetzelfde gegeven doet zich voor in de emanatiebanden van anorganisch leven. De drie emanatiebundels van beleving brengen in elk van deze zeven emanatiebanden specifieke soorten anorganische wezens voort. De zeven emanatiebanden van anorganisch leven en wat ze voortbrengen zijn ontoegankelijk voor de menselijke rede, maar niet voor het menselijke 'zien'.
De wezens die door de zeven emanatiebanden van anorganisch leven worden voortgebracht, worden gekenmerkt door een ietwat vormloze verpakking met een lage mate van lichtsterkte. Deze verpakking lijkt niet op de cocon van organische wezens. Zij mist de strakheid, de opgeblazen kwaliteit die organische wezens doet lijken op lichtuitstralende bubbels die barsten van vitaliteit. Anorganische wezens melden zich voortdurend bij de mens. Zoals al het onbekende zijn ze altijd op aarde aanwezig, maar de waarneming van en de interactie met anorganische wezens liggen buiten de mogelijkheid van de standaard beleving van de mens. Toch vinden er talrijke een-op-een ontmoetingen plaats tussen de organische en de anorganische levensvormen. Dit is mogelijk omdat zowel alle anorganische als alle organische wezens beleving hebben die roze, perzikkleurig of amberkleurig voelt en afkomstig is van dezelfe roze, perzikkleurige of amberkleurige emanatiebundels. Het zijn deze overeenkomende emanaties die onder de juiste omstandigheden de meest fascinerende communicatie mogelijk maken tussen de wezens van die acht grote banden. Betreft dit een communicatie tussen een mens en een anorganisch wezen, dan is de mens doorgaans de initiatiefnemer. De uitnodiging om de interactie te continueren echter, komt altijd van het anorganische wezen. De mens moet in staat zijn de barriere van waarneming te doorbreken, en om dit te kunnen is een gedrag dat zieners van de nieuwe cyclus onberispelijkheid noemen een vereiste. Het resultaat dan is een vertrouwde relatie, waarin blijkt dat het anorganische wezen een groot vermogen heeft om te anticiperen op de subtielste gedachten en stemmingen van de mens.
Hoewel er zeven emanatiebanden zijn die anorganisch leven voortbrengen en slechts één die organisch leven voortbrent, zijn anorganische wezens minder talrijk dan organische. Maar omdat organische wezens tot slechts die ene band behoren, terwijl anorganische wezens tot zeven banden behoren, zijn de verschillen tussen anorganische wezens onderling groter dan de verschillen tussen organische wezens. Bovendien leven anorganische wezens veel langer dan organische wezens.
De andere veertig emanatiebanden zijn banden die alleen structuren voortbrengen. Ze brengen configuraties van levenloze vormen voort. De traditonele naam, voor alles wat door die banden wordt voortgebracht, is vaten. Terwijl cocons en andere verpakkingen gloedvol zijn, zijn vaten verpakkingen die emanaties bevatten zonder de gloed van beleving.
Van de achtenveertig emanatiebanden bestaat de wereld die het verzamelpunt van de mens vanuit zijn standaardpositie selecteert voor waarneming uit twee banden; de ene is de emanatieband van organisch leven, de andere is een band die alleen structuur heeft, maar geen beleving. De overige zesenveertig emanatiebanden maken geen deel uit van de wereld zoals de mens die standaard waarneemt.
De waarneming van een compleet andere wereld gebeurt, wanneer de verplaatsing van het verzamelpunt zodanig is dat deze de barriere van waarneming doorbreekt. In dit geval noemen wij de veplaatste positie de bewogen positie. De bewogen positie is een positie van waaruit het verzamelpunt een van de zeven emanatiebanden van anorganisch leven kan gebruiken om emanaties te selecteren voor afstemming. Het is een kwestie van vitaliteit. De afstemimpuls haakt aan een andere emanatieband vast, op voorwaarde dat een ziener genoeg vitaliteit heeft om andere emanatiebanden te gebruiken.
Het verzamelpunt van de mens is in staat om zeven andere werelden te selecteren, één voor elke emanatieband van anorganisch leven. Twee van die werelden zijn gemakkelijk te selecteren, maar het verzamelen van de overige vijf gebeurt nog slechts bij uitzondering. Voor de Tolteken was het gebruikelijker om hun verzamelpunt dusdanig te bewegen dat ze erin slaagden alle zeven emanatiebanden van anorganisch leven te gebruiken. Maar om werelden te verzamelen met de vijf moeilijke emanatiebanden, moesten ze hun beleving tot het uiterste belasten; die emanatiebanden zijn voor mensen slechts toegankelijk wanneer hun emanatievorm een hachelijke transformatie ondergaat.
Bomen staan dichter bij de mens dan bijvoorbeeld de meeste insecten. Bomen en de mens hebben een goede relatie kunnen ontwikkelen, omdat ze veel overeenkomende emanaties hebben. Een grote boom heeft een cocon die niet veel groter is dan de fysieke boom. Sommige kleine planten hebben een cocon die bijna zo groot is als het lichaam van een mens en drie keer zo breed. Dat zijn hallucinogene planten. Zij delen de grootste hoeveelheid emanaties met de mens, niet de emanaties van beleving, maar overeenkomende heelalemanaties. Een ander uniek ding aan planten is dat hun lichtsterktes verschillende tinten hebben. Ze zijn over het algemeen roze, omdat hun beleving roze is. Giftige planten zijn licht geelroze en medicinale planten zijn fel violetroze. De enige die witroze zijn, zijn hallucinogene planten; sommige zijn troebel wit, andere zijn stralend wit. Het onderscheidende verschil echter tussen planten en andere organische wezens is de positie van hun verzamelpunten. Planten hebben het op het onderste deel van hun cocon, terwijl andere organische wezens het op het bovenste deel van hun cocon hebben.
Sommige anorganische wezens hebben hun verzamelpunt eveneens op het onderste deel van hun verpakking. Die zijn volkomen vreemd voor de mens, maar verwant aan planten. Andere anorganische wezens kunnen het overal op het bovenste deel van hun verpakking hebben. Die staan dicht bij de mens en andere organische wezens. De veronderstelling is dat hoe lager de positie van het verzamelpunt, hoe gemakkelijker het voor een plant is om de barriere van waarneming te doorbreken en dat dit de reden is waarom planten een intense communicatie met anorganische wezens hebben. Hele grote bomen en hele kleine planten hebben hun verzamelpunt extreem laag in hun cocon. Dit is de reden waarom de beleving van bomen en kleine planten door een bepaald type zoeker of ziener van oudsher wordt benut om als gids te dienen bij verschillende gewenste transformaties.
Ook
de aarde is een levend wezen. De emanatievorm van de aarde is als een bol om de aarde,
die emanaties omsluit. Als levend wezen heeft de aarde als binnenemanaties alle
verschillende emanaties van al de levende wezens, organische en anorganische.
naar DRIE (het universum, emanaties) <
> naar VIJF (beleving)
Labels: Juan Matus

0 reacties:
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage