vrijdag 26 september 2025

Juan Matus (Carlos Castaneda) TWEE: DE NAGUAL JUAN MATUS

TWEE

De nagual Juan Matus

Ik ben Juan Matus, dit is mijn naam, en ik spreek hem uit omdat ik hiermee een brug voor je sla, om over te steken naar waar ik ben. Ik ben een ziener, ik behoor tot een geslacht van zieners dat nu zevenentwintig generaties bestaat. Ik ben de nagual van mijn generatie. De nagual is de benaming van de leider van een groep zieners. Wat mij tot de nagual maakt is een specifieke eigenschap van mijn emanatievorm. Naguals hebben bijvoorbeeld het vermogen en de vitaliteit om verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn van de groepsleden van hun generatie in hun omgang met het onbekende. Ieder lid van mijn groep weet dit en stemt ermee in. Zomin als een ziener zich in termen van superioriteit of inferioriteit onderscheidt van niet-zieners, onderscheidt een nagual zich in termen van superioriteit of inferioriteit van zieners. Het onderscheid is in termen van bepaalde vermogens. De nagual kan een man of een vrouw zijn. In de tijd van de zieners die de grondleggers waren van mijn lijn, was in de regel de nagual een vrouw. Toen namen de mannen het over. Sinds de tijd van de nagual Lujan, die ongeveer tweehonderd jaar geleden leefde, is er een gezamenlijke inspanning, gedeeld door een vrouw en een man. In de regel brengt de nagual vrouw vernieuwing en de nagual man nuchterheid. In mijn leven is er geen nagual vrouw. Ik ben een solo nagual. Ik ben echter met mijn groep. Ziener zijn betekent dat je de mogelijkheden van beleving van de mens optimaal ontwikkelt. Dat je kennis opdoet in het onbekende, door optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van de waarneming van de mens. De praktijken van zieners van mijn cyclus houden zich enkel bezig met het abstracte. Het streven van zieners is om met oneindigheid samen te vallen en zich daarvan gewaar te zijn. Daartoe moeten ze participeren in oneindigheid. Dit doen ze dagelijks. Dit is zo'n intensieve taak dat zieners hun naam noemen voordat ze die participatie aangaan. Door mijn naam te noemen, bevestig ik mijn individualiteit tegenover oneindigheid.

 Wat iemand tot een ziener maakt, is de praktijk om emanaties direct waar te nemen terwijl ze door het universum trillen. Alle mensen hebben beleving, waardoor zij het vermogen hebben om deze trillingen direct waar te nemen. Maar hoewel ze dit ook daadwerkelijk doen, leidt deze waarneming zelden tot een gewaarzijn hiervan. Om een ziener te zijn moet je deze waarneming gewaar zijn.

 Beleving is een gegeven kenmerk van alle levende wezens. Beleving is het vermogen het bestaan gewaar te zijn. Net als alles in het universum is beleving een lichtuitstralende draad, die voortdurend in beweging is. Het universum bestaat uit wat lijkt op een weefwerk van lichtuitstralende draden. Deze lichtuitstralende draden noemen wij in onze traditie de emanaties. Ook de mens is een samenpakking van emanaties. Zieners zien een mens als een lichtuitstralende ei-achtige vorm. Een nagual onderscheid zich door niet één lichtuitstralende bol te zijn, maar een set van twee bollen boven elkaar. Door deze dubbelheid kan de nagual specifieke dingen bewerkstelligen die niet mogelijk zijn voor andere zieners. Een nagual is leeg en die leegte weerspiegelt oneindigheid. Voor veel mensen is in de aanwezigheid zijn van een dubbel wezen vaak al voldoende om heldere inzichten te verkrijgen.

 De zieners van wie wij het grootste deel van onze kennis geërfd hebben noemen wij de Tolteken. Dit waren de oude zieners van onze traditie, die vele eeuwen geleden leefden en die de laatste schakel waren in een keten van kennis die duizenden jaren duurde. Wij gebruiken Tolteek niet als etnische aanduiding, maar in de betekenis van vrouw of man van kennis. Zij legden de fundamenten van onze traditie, met de nadruk op concrete aspecten. Concreetheid is het deel van de traditie dat betrekking heeft op praktijken en technieken die ontwikkeld zijn om invloed op anderen uit te oefenen. Hun kennis van de aarde bijvoorbeeld, werd gebruikt om alles wat op de grond staat ofwel positief ofwel negatief te beinvloeden. Ondanks dat hun kennis verborgen aspecten had, waren de Tolteken mensen die pasten in de structuur van de maatschappij van hun tijd. Ze oefenden hun beroep uit onder de controle van georganiseerde gemeenschappen. Zieners van de nieuwe cyclus zijn niet gericht op het concrete maar op het abstracte. Het abstracte is de zoektocht naar vrijheid; de vrijheid om alles waar te nemen wat menselijkerwijs mogelijk is. Het streven om samen te vallen met oneindigheid. Voor ons hedendaagse zieners zijn er geen sociale functies, zoals die er waren voor de Tolteken van vroeger.

 Ik ben een ziener van de nieuwe cyclus. Als zieners van de nieuwe cyclus onderscheiden wij ons dus van de Tolteken, doordat voor ons in onze praktijken het streven naar vrijheid op de eerste plaats komt. Tolteken waren tovenaars en wij zijn zoekers. De nieuwe cyclus begon zo'n twee eeuwen geleden, nadat het onderscheid tussen het onbekende en het onkenbare was gerealiseerd. Dat onderscheid is de grens tussen het oude en het nieuwe. Alles wat de nieuwe zieners hebben gedaan, komt voort uit het begrijpen van dat onderscheid. Deze inzichten, die leidden tot de waarheden over beleving, maakten de nieuwe cyclus mogelijk. Ondanks hun inzichten kunnen zieners echter niets doen om hun medemensen een evenwichtiger begrip te geven van beleving. Wij als nieuwe zieners streven ernaar om onbevooroordeelde getuigen te zijn die niet in staat zijn om een oordeel te vellen. De verantwoordelijkheid nemen voor een nieuwe cyclus is de mens niet gegeven; als er weer een nieuwe cyclus moet komen, komt die van oneindigheid.

 Zien is waarneming die afwijkt van de standaard waarneming. Standaard waarneming is de waarneming zoals deze standaard geldt voor een collectief van mensen op een bepaalde plaatst in een bepaalde tijd. In het collectief waarvan wij deel zijn is dit de waarneming die leidt tot een wereldbeeld van solide objecten. De standaard waarneming neemt de standaardvisie van de figuratieve versie van de werkelijkheid van het universum waar. Zieners praten erover als het bekende, of de standaardwereld. Zien is de waarneming van wat wij dan het onbekende en het onkenbare noemen. Het onbekende is dat wat voor de standaard waarneming van de mens verborgen is. Het onbekende kunnen verschoven visies op de figuratieve versie van de bekende wereld zijn en omdat er talloze verschoven visies van de bekende wereld zijn, zijn er talloze figuratieve versies. Het kunnen ook directe waarnemingen van de abstracte versie van de werkelijkheid zijn en deze waarnemingen zijn voor alle zieners hetzelfde. En tenslotte kunnen totaal andere werelden met compleet andere eigenschappen waargenomen worden en ook deze waarnemingen zijn voor alle zieners hetzelfde. Het in kaart brengen van het onbekende betekent dat het door de beoefening van zien beschikbaar komt voor waarneming. Zieners zijn in staat hun waarneming zowel op het onbekende als op het bekende te richten en ze ontdekten dat het onbekende en het bekende niet fundementeel van elkaar verschillen, omdat beide binnen het bereik van het menselijke vermogen om waar te nemen liggen. Het onbekende wordt door de beoefening van zien het bekende. Het onkenbare daarentegen is het overgrote deel van de immense werkelijkheid dat buiten het menselijke vermogen om waar te nemen ligt, tenzij de emanatievorm van de ziener een extreme transformatie ondergaat. Wat zieners waarnemen van de abstracte versie van de werkelijkheid is eenduidig. Dit geldt echter niet voor de conclusies die ze trekken uit hun zien, die kunnen verkeerd zijn, naïef. Het zou zeker veel veiliger zijn om enkel te beschrijven wat de waarnemigen zijn, maar meestal is voor de meesten van ons de verleiding om te concluderen en uit te leggen, zelfs al is het maar voor je eigen kleine kringetje, te groot om te weerstaan. Het onkenbare echter onttrekt zich aan ieder menselijk vermogen om tot conclusies te komen. De onkenbare werkelijkheid wordt alleen in uitzonderlijke gevallen door uitzonderlijke zieners waargenomen en bestaat uit het overgrote deel van de totaal andere werelden.

 Als ik praat over de wereld volgens de Tolteken, dan heb ik het over verschijnselen waarvoor geen equivalent bestaat in de standaardwereld. Het direct waarnemen van de emanaties terwijl ze door het universum bewegen, is de basis van het proces van kennisverwerving waar zieners naar leven. Ik zie de emanaties in het universum, hoe ze bewegen en ik volg die beweging. Mijn praktijk is om de emanatie te kiezen die mij, kwa waarneming, naar het onbekende brengt, naar waarvoor in de standaardwereld geen naam voor bestaat.

  naar EEN (inleiding, begrippenlijst) <

> naar DRIE (het universum, emanaties)

 

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage