vrijdag 26 september 2025

Juan Matus (Carlos Castaneda) ZEVEN: VERZAMELPUNT

 ZEVEN

Het verzamelpunt

Waarneming is mogelijk, omdat er in de emanatievorm van ieder wezen met beleving een werktuig is dat het verzamelpunt wordt genoemd. Het verzamelpunt selecteert de emanaties voor afstemming en het is de afstemming die wordt waargenomen. Of, anders gezegd, het zijn de afgestemde emanaties die worden waargenomen.

De cocon van de mens is groter dan ons fysieke lichaam. Het verzamelpunt is een ronde vlek met een intense schittering in de schil van de cocon. De vlek bevindt zich ter hoogte van de schouderbladen, op armlengte van de rug. Van de relatief veel heelalemanaties die door de cocon heengaan, gaat slechts een minuscuul aantal direct door het verzamelpunt. Een extra gloed omringt het verzamelpunt, waardoor de lichtsterkte van de emanaties die direct door de vlek gaan, wordt versterkt. Deze extra gloed wordt de gloed van beleving genoemd. 

Elk organisch wezen met beleving en elk anorganisch wezen met beleving heeft een verzamelpunt. Elk levend wezen in het universum zit vast aan het weefwerk van heelalemanaties, dat wij ook de 'zee van beleving' noemen, op een punt met een heldere gloed. En het is op dat punt dat de emanaties geselecteerd worden die, wanneer ze afgestemd worden, leiden tot de individuele waarneming. Omdat zieners zien welke binnenemanaties in de verpakking van elk levend wezen overeenkomen met welke van de heelalemanaties buiten de verpakking, zien ze ook of de emanaties die hun verzamelpunten selecteren dezelfde zijn en dus of wezens een kijk op de wereld delen.

Dát wij waarnemen, wordt mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van beleving in onze cocon en wát wij waarnemen, hangt af van de positie van waaruit het verzamelpunt emanaties selecteert voor afstemming. Iedere specifieke positie resulteert in een specifieke afstemming, en daarmee in een specifieke waarneming want, zoals gezegd,  het is de afstemming die waargenomen wordt. Er is de standaardpositie en er zijn verplaatste posities. In iedere verplaatste positie is het punt waar de cocon hecht aan de zee van beleving een ander punt en bijgevolg zijn er andere emanaties beschikbaar voor afstemming.

Het verzamelpunt heeft niets te maken met wat standaard als het fysieke lichaam waargenomen wordt. Het is onderdeel van de lichtuitstralende bol. Verplaatsting ervan gebeurt door impulsen; schokken, die buiten of binnen de bol ontstaan. Elk mens voelt ze, maar voor de meeste mensen zijn dit onvoorspelbare schokjes die willekeurig plaatsvinden. Ze worden gevoeld als een mild ongemak, bijvoorbeeld een vaag gevoel van verdriet, gevolgd door een lichte euforie. Omdat noch het verdriet noch de euforie een verklaarbare oorzaak hebben, worden ze zelden als ware aanwezigheid van het onbekende beschouwd, maar bijvoorbeeld als humeurigheid afgedaan. Bij zieners echter zijn het voorspelbare impulsen die de bedoeling van de ziener volgen.

In welke positie het verzamelpunt zich ook bevindt, er gaan altijd een relatief groot aantal emanaties uit het hele universum doorheen. In de standaard waarneming worden deze heelalemanaties omgezet in zintuiglijke gegevens, en de zintuiglijke gegevens worden vervolgens geinterpreteerd en waargenomen als de standaardwereld. Deze waarneming van de zee van beleving door middel van de zintuigen is de indirecte waarneming; de waargenomen trillingen worden geinterpreteerd binnen een betekenis systeem. Directe waarneming van de zee van beleving is door middel van beleving. Directe waarneming is niet-zintuiglijk, wanneer onder zintuigen verstaan wordt gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaakzin en tastzin. Directe waarneming onttrekt zich aan een interpretatie binnen het betekenis systeem van de standaardwereld. Voor ieder individu komt alles wat waargenomen wordt van buitenaf. Het verzamelpunt is de verbinding van het binnen en het buiten, zowel bij indirecte waarneming als bij directe waarneming, of anders gezegd, zowel bij standaard waarneming als bij zien, of nog anders gezegd, zowel in de eerste aandacht als in de tweede aandacht.

Inherent aan de beleving van de mens is de mogelijkheid om trillingen direct waar te nemen zoals deze door het universum gaan. Afhankelijk van de positie van je verzamelpunt in de band van de mens, kun je de afstemming van emanaties indirect waarnemen door middel van je zintuigen en direct waarnemen door middel van je beleving. In het eerste geval is het resultaat een werkelijkheid van solide objecten en in het tweede geval is het resultaat een werkelijkheid van emanatievormen. Er is één universum, met talloze structuren en met talloze materialiteiten, die allemaal bestaan uit emanaties. Slechts een klein gedeelte van deze emanaties is voor de menselijke beleving waarneembaar. De standaardwereld is een van die structuren en een van die materialiteiten, en wel van de emanaties waarop ons verzamelpunt getraind is deze standaard te selecteren voor zintuiglijke waarneming.

Het verzamelpunt van de mens verschijnt in een bepaald gebied van de cocon als bevel van de Adelaar; ons verzamelpunt selecteert van daaruit de emanaties die afgestemd worden. Maar de positie waar het verzamelpunt zich bevindt in onze cocon is geen permanent kenmerk. Het verzamelpunt wordt op een specifieke positie gevestigd door gewoonte, door herhalingen. De standaardpositie van het verzamelpunt is een willekeurige positie en deze positie is voor ons gekozen door onze voorouders. Baby's van organische wezens hebben geen vast verzamelpunt. Het verzamelpunt van pasgeboren organische wezens verschuift alle kanten op, voordat het door de aanwezigheid van volwassenen en hun gewoontes in één positie stabiel wordt. Eerst leren we dat er bepaalde emanaties zijn die waarneembaar zijn en dat het verzamelpunt op een bepaalde plek kan worden geplaatst, en vervolgens wordt het door middel van herhalingen op die positie vastgezet. Zodra het verzamelpunt zich richt op de emanatiebundel van beleving die de band van de mens is en er een aantal emanaties selecteert als voorkeuremanaties, komt ons verzamelpunt in een vicieuze cirkel terecht; hoe vaker bepaalde emanaties afgestemd worden, hoe stabieler het verzamelpunt wordt. De praktijk van een ziener richt zich op het doorbreken van die cirkel. Dit door het verzamelpunt los te maken van de standaardpositie. Wanneer het verzamelpunt verplaatst, verandert het punt van gehechtheid met de zee van beleving.

Emanaties zijn altijd gegroepeerd in bundels. In feite is het dus zo dat het verzamelpunt emanatiebundels selecteert voor afstemming. Een bundel binnenemanaties stemt af op een overeenkomende bundel heelalemanaties. Een voorbeeld van een bundel is het menselijk lichaam zoals dit standaard wordt waargenomen. Of een emanatiebundel die we boom noemen. Bundelen gebeurd ook bij waarnemingen van de emanaties van het onbekende. Wanneer deze als bundels afgestemd worden, nemen zieners ze op dezelfde manier waar als de bundels van de standaard waarneming. Het onbekende zijn slechts de emanaties die door de standaard waarneming zijn genegeerd. Als het echter het onkenbare betreft, heeft ons verzamelpunt geen manier om bundels te selecteren.

Bij mensen bundelt het verzamelpunt en de gloed die het omhult de emanaties die er doorheen gaan tot een stabiele waarneming. Hoe die emanaties gebundeld worden tot deze stabiele waarneming weet niemand. Zieners nemen de trillingen waar, maar enkel het zien van de trillingen vertelt hen niets over het hoe of waarom van deze trillingen. Omdat de Tolteken zagen dat de gloed om het verzamelpunt extreem zwak is bij mensen die bewusteloos zijn geraakt of op het punt staan ​​te sterven, en dat er bij een dood wezen geen spoor van een verzamelpunt is, of van de gloed die het omringt, concludeerden ze dat het de gloed is die de bundeling bewerkstelligt. Zo kwamen ze ertoe de gloed die het verzamelpunt omringt de gloed van beleving te noemen en te concluderen dat beleving en waarneming samengaan. Deze conclusie is nog steeds een van de fundamenten van onze traditie.

Waar het zich ook bevindt binnen de grenzen van de band van de mens selecteert het verzamelpunt emanaties voor afstemming. Een belangrijke observatie. Zieners merkten op dat sommige van hun obsessieve waarnemingen samenvielen met een specifieke verschuiving van het verzamelpunt. Een verschuiving namelijk naar het gebied van de band van de mens dat diametraal tegenovergesteld is aan de standaardpositie. Deze waarnemingen zijn vaak onheilspellend. Het zijn weliswaar waarnemingen van het onbekende, maar ze hebben ook iets van het-zal-wel. Ook kan het verzamelpunt verschuiven en emanaties voor afstemming selecteren die zo dicht bij de emanaties van de standaardwereld liggen dat het lijkt of je een spookwereld waarneemt. Omdat ze het product zijn van de inventaris-activiteit van de mens worden deze waarnemingen eveneens door zieners afgewezen. Voor wie streeft naar vrijheid hebben ze geen waarde, omdat ze worden geproduceerd door een laterale verschuiving. Een laterale verschuiving van het verzamelpunt is een verschuiving van de ene kant naar de andere langs de breedte van de band van de mens, in plaats van een verplaatsing in de diepte van de cocon. Aan beide randen van de band van de mens bevindt zich een grote hoeveelheid cultuur-gerelateerd afval. Is zo'n laterale verschuiving minimaal, dan worden in de standaardwereld de resultaten ervan bijvoorbeeld 'fantasieën' genoemd en is de laterale verschuiving aanzienlijk dan worden de resultaten al gauw 'hallucinaties' genoemd.

Het is niet zo dat de praktijk van zieners je trucs leert; wat je leert naarmate je vordert in je praktijk is de kunst hoe om te gaan met je eigen vitaliteit. Dit resulteert in een constitutie die je verzamelpunt in staat stelt emanaties te selecteren die buiten het bekende liggen. Hier kom ik terug op wat ik eerder over 'intentie' gezegd heb. Intentie is het aspect van afstemming dat het verzamelpunt doet verplaatsen. Het zijn de opdrachten van de Adelaar die een ziener uitnodigen de afstemimpuls gericht te gebruiken. De opdrachten van intentie en de intentie-impuls die daarop volgt, dienen het individu in de omgang met het onbekende. Of, anders gezegd, de intentie-impuls is de afstemimpuls die mensen dient in de ontwikkeling van hun onvervreemdbare karakter. Intentie vindt jou, wanneer oneindigheid bepaald heeft dat je de interesse hebt om je te verhouden met emanaties die buiten het bekende liggen. En het is de activiteit van de intentie-impuls die het verzamelpunt naar een specifieke positie verplaatst. Op voorwaarde dat je genoeg vitaliteit hebt. Er is dus geen procedure nodig om het verzamelpunt te verplaatsen; intentie raakt je aan en de intentie-impuls verplaatst je verzamelpunt. Zo simpel is het.

Ik wenk 'intentie', ik geef mij over, en in een staat van innerlijke stilte wacht ik af of intentie luistert. In een verschuiving om wille van de verschuiving zijn zieners als ik niet geinteresseerd; zo'n verschuiving is een verspilling van mijn vitaliteit. Ik noemde al dat hoe ik omga met mijn eigen vitaliteit een belangrijk facet is van mijn praktijk. Hoe spectaculair misschien ook de mogelijke waarnemingen, verschuivingen om wille van de verschuiving zijn voor mij altijd een afleiding en nooit een opening naar kennis. Ik ben een zoeker en het streven naar vrijheid komt voor mij op de eerste plaats. Ik observeer wat voor mij de ruimste werkelijkheid is en ik participeer in wat voor mij de ruimste werkelijkheid is om vertrouwd te worden met vrijheid, zodat ik in grootst mogelijke vrijheid kan leven en in grootst mogelijke vrijheid kan sterven. Daar heb ik alle vitaliteit die mij gegeven is voor nodig.

Het selecteren van andere werelden gebeurt door een verbinding te onderhouden met intentie. Dan formuleer je jouw streven en door dit bijvoorbeeld uit te spreken wenk je intentie. Op het moment dat je je staat van innerlijke stilte bereikt, beweegt het verzamelpunt overeenkomstig je streven. Het feit dat zo'n manoeuvre mogelijk is, is iets van het grootste belang voor zieners, oud en nieuw, maar om verschillende redenen. De Tolteken gebruikten deze kennis om hun verzamelpunt te laten bewegen naar posities die hen contact liet maken met, en langdurig liet participeren in, alle andere werelden van het onbekende. Voor de zieners van de nieuwe cyclus betekent het de mogelijkheid dat op het moment van hun dood hun verzamelpunt beweegt naar een positie die totale vrijheid wordt genoemd.

Als ik zeg dat de praktijk van zieners je geen trucs leert, dan is dit dus niet helemaal juist. De Tolteken beschikten over formidabele trucs. Een ervan was om de gloed van beleving naar believen te verplaatsen, van zijn standaardpositie op de schil van de cocon naar allerlei posities in de cocon. Wat ik bedoel is dat ik niet in zulke trucs geinteresseerd ben. Ik noem de Tolteken tovenaars en ik ben, als een ziener van de nieuwe cyclus, een zoeker. In mijn praktijk komt het streven naar vrijheid op de eerste plaats. Ik ben leeg en deze leegte weerspiegelt oneindigheid.

Als het verzamelpunt beweegt, buiten de bol dus, duwt het de contouren van de cocon naar buiten, zonder de schil ervan te doorbreken. Het eindresultaat van een beweging van het verzamelpunt is een totale verandering van de emanatievorm van een mens. In plaats van een bol of een ei, wordt deze iets dat lijkt op een pijp. De punt van de steel van de pijp is het verzamelpunt en de kop van de pijp is wat er overblijft van de bol. Als het verzamelpunt blijft bewegen, komt er een moment waarop de bol een dunne lichtuitstralende lijn wordt. Bij mijn weten waren de Tolteken de enigen die deze transformatie volbrachten. In hun nieuwe vorm waren ze nog steeds mensen. Maar ze waren anders in hun zorgen; menselijke inspanningen en preoccupaties hadden geen betekenis meer voor hen. Ik heb ooit zo'n tovenaar ontmoet; kwa uiterlijk was hij niet te onderscheiden van de mensen om hem heen, maar zijn gedrag tartte mijn verbeelding. Ik weet niet hoe de anderen waren, behalve uit tovenaarsverhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven. En in die verhalen komen ze naar voren als behoorlijk bizar. Ik bedoel niet monsterlijk, er wordt gezegd dat ze heel aardig waren, maar het leken onbekende wezens. Wat de mensheid homogeen maakt, is het feit dat we allemaal lichtuitstralende bollen zijn. En die tovenaars waren niet langer bollen, maar lijnen die probeerden zichzelf in cirkels te buigen, wat ze overigens niet altijd voor elkaar kregen. In de verhalen over hen wordt verteld dat ze, door hun bolvormen uit te rekken, erin geslaagd waren de duur van hun leven, en daarmee van hun beleving, te verlengen. Naar mijn persoonlijke mening waren die Tolteken extravagante, obsessieve, grillige mensen die vastgepind werden door hun eigen machinaties. Ik wil vrijheid. Vrijheid om mijn beleving te behouden en toch te verdwijnen in oneindigheid. Maar los van mijn persoonlijke gevoelens, is de prestatie van deze Tolteken ongeëvenaard. Ze hebben in ieder geval bewezen dat de mogelijkheden van beleving van de mens meer omvatten dan enkel de waarneming van de standaardwereld.

Oneindigheid is een levende aanwezigheid die gericht ingrijpt in het leven van zieners. Er is voor een zoeker een eerste keer dat je oneindigheid gewaar bent. Dit gebeurt als een bliksemflits, waarna de opdrachten van 'intentie' je beleving overnemen. Daarna zal wat buiten je is aan je verschijnen op een manier die jou past en die jij moet leren verstaan. Direct contact met oneindigheid brengt je de ervaring van een voortdurend hier en nu. Wat er gebeurt is dat je verzamelpunt verplaatst naar die specifieke positie die voor jou de intentiepositie is. Vervolgens voorziet oneindigheid je van alles wat nodig is om niet slechts een glimp op te vangen van het onbekende, maar om dat wat zich aandient nauwkeurig te observeren en er een actieve participant in te worden. Er is geen manier om die positie van het verzamelpunt naar believen te kiezen. Het is vanuit je innerlijke stilte dat de positie onfeilbaar aangereikt wordt. De keuze is dan ook niet een daad van kiezen, maar de daad van elegant instemmen met het voorstel van oneindigheid. Oneindigheid kiest en de kunst van de ziener is om vreugdevol om te gaan met elke opdracht van de Adelaar. Hiervoor heb je bekwaamheid, vitaliteit en nuchterheid nodig. Er is niets formidabels aan zieners zoals ik, of aan onze praktijken; bekwaamheid, vitaliteit en nuchterheid zijn het gevolg van een leven van onberispelijkheid. Wij verstaan onder onberispelijkheid o.a. het vermogen om met kalmte kansen tegemoet te treden die niet in onze verwachtingen zijn opgenomen. Voor ons is onberispelijkheid een kunst: de kunst om te participeren in oneindigheid zonder te aarzelen, niet omdat we sterk en taai zijn, maar omdat we vol ontzag zijn.

Er zijn twee fenomenen die ons verzamelpunt helpen te verplaatsen. De eerste is wat de impuls-stoot van de tuimelaar genoemd wordt. Een impuls-stoot is een verhevigde versie van de afstemimpuls. De tuimelaar is een belangrijk fenomeen op zich. De tuimelaar is een van de fenomenen die voortkomen uit de emanaties zelf. Het is een van de actieve kanten van oneindigheid, en wel de onophoudelijke activiteit van oneindigheid die betrekking heeft op leven en dood. De impuls-stoot van de tuimelaar dan, is de werking van de dood. Onder invloed van de impuls-stoot van de tuimelaar verplaatst het verzamelpunt naar onvoorspelbare posities. Er waren Tolteken die deze impuls-stoot gebruikten om erdoor voortgestuwd te worden. In plaats van te bezwijken onder de tuimelaar, gaven ze zich eraan over en lieten ze hun verzamelpunt bewegen naar de grenzen van de mogelijkheden van beleving van de mens. Niets anders dan de tuimelaar kan het verzamelpunt zo'n impuls-stoot geven.

Het tweede fenomeen dat ons verzamelpunt helpt te verplaatsen is de impuls-stoot van de aarde. Voor de mens is de impuls-stoot van de aarde de afstemimpuls van enkel de amberkleurige emanaties. Het is een impuls-stoot waardoor je kunt beschikken over alle mogelijkheden van de beleving van de mens.

Zoals gezegd is de aarde een levend wezen, dat in haar verpakking al de verschillende binnenemanaties heeft die aanwezig zijn in alle organische wezens en alle anorganische wezens. De impuls-stoot van de aarde komt voort uit de beleving van de aarde. Zo'n impuls-stoot gebeurt op het moment dat de emanaties in de cocon van de mens afstemmen op de overeenkomende emanaties in de verpakking van de aarde. Wanneer zo'n afstemming gebeurt en je gebruikt die afstemming op een beperkte manier, dan neem je de standaardwereld waar. Heb je echter greep op de afstemimpuls en wend je die afstemming aan als een impuls-stoot, dan is je verzamelpunt in staat een andere wereld te verzamelen.

Het verzamelpunt van de mens kan dusdanig verplaatsen dat directe waarnemingen van de abstracte versie van de werkelijkheid het resultaat is. Deze waarnemingen zijn voor alle zieners dezelfde. En omdat ook de impuls-stoot van de aarde voor iedereen hetzelfde is, kwamen zieners tot de overtuiging dat het de impuls-stoot van de aarde is, die het verzamelpunt andere werelden doet selecteren. Maar alleen wanneer een staat van innerlijke stilte totaal is, kun je van de impuls-stoot van de aarde gebruik maken. Wanneer het verzamelpunt een andere wereld verzamelt, is die wereld compleet. Wanneer je verzamelpunt een impuls-stoot van de aarde gebruikt om emanaties van een andere emanatieband af te stemmen, dan zorgt die nieuwe afstemming ervoor dat de standaardwereld zoals je die kent verdwijnt; je bent niet meer met iedereen en alles wat je kent in de standaardwereld op de manier die je gewend bent. Het is een lange weg om een onberispelijke ziener te worden en om de impact van de impuls-stoot van de aarde aan te kunnen. De snelheid van die impuls-stoot zal je gevoel van individueel bestaan oplossen. De nuchterheid die nodig is om het verzamelpunt andere werelden te laten selecteren, is iets dat niet geimproviseerd kan worden. Nuchterheid moet rijpen en een vertrouwde en betrouwbare eigenschap worden, voordat zoekers de barriere van waarneming zonder nadelige gevolgen kunnen doorbreken. Elke keer dat de Tolteken een dergelijke afstemming maakten, was hun interpretatie dat ze waren afgedaald naar de diepten daarbeneden of waren opgestegen naar de hemel daarboven. Hedendaagse zieners weten dat de standaardwereld verdwijnt als een luchtstroom, wanneer een dergelijke afstemming je een andere wereld laat waarnemen. En dat er geen diepten daarbeneden of hemel daarboven zijn; er is alleen de omgang met beleving.

Anderzijds begrepen de Tolteken de aarde tot in de perfectie. Ze ontdekten en gebruikten niet alleen de mogelijkheden van de impuls-stoot van de aarde, maar ze ontdekten ook dat wanneer ze zich in de aarde begroeven, hun verzamelpunt emanaties selecteerde die op geen enkele andere manier beschikbaar waren. En dat zo'n afstemming het onverklaarbare vermogen van de aarde activeerde om de onophoudelijke slagen van de tuimelaar af te weren. Bijgevolg ontwikkelden ze complexe praktijken om zichzelf voor extreem lange tijd te begraven, zonder enig nadeel voor hun vitaliteit. Deze Tolteken gingen over het algemeen zover dat ze alle emanaties in hun cocon inactief maakten, behalve die welke overeenkwamen met de emanaties van anorganische wezens. Ze waren in staat om het verzamelpunt naar een precieze positie in hun cocon te verplaatsen om de emanaties die ze met de anorganische wezens deelden te benadrukken en om zo met hen te communiceren. Maar ze waren niet per se in staat om hun verzamelpunt terug te bewegen naar zijn standaardpositie. Door een beperkt en heel specifiek spectrum van de sluimerende emanaties in de cocon af te stemmen, boorden deze Tolteken een beperkte maar enorme impuls-stoot van de aarde aan. Ik vertel je dat er zelfs Tolteken waren die de impuls-stoot van de aarde gericht gebruikten om definitief het onbekende in te gaan; door hun verzamelpunt vast te zetten op een permanente positie in een van de zeven emanatiebanden van anorganisch beleving vonden ze er een permanent toevluchtsoord.

naar ZES (afstemming) <

 > naar ACHT (het supplement)

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage