vrijdag 26 september 2025

Juan Matus (Carlos Castaneda) ZES: AFSTEMMING

 ZES

Afstemming

Afstemming is het proces waarin de emanaties die zich bevinden in de verpakking van een wezen met beleving, de binnenemanaties, afstemmen op de overeenkomende emanaties die zich bevinden buiten de verpakking, de heelalemanaties. Afstemming is het proces van beleving waardoor waarneming tot stand komt. Welke binnenemanaties afstemmen op de heelalemanaties die bij hen passen bepaalt wat het individu waarneemt. Ik kan de emanaties in de cocon van elk organisch wezen zien, zoals ik ook kan zien welke van de heelalemanaties ermee overeenkomen.

Waarneming is mogelijk omdat alle wezens die beleving hebben, de organische wezens en de anorganische wezens, in hun verpakking een werktuig hebben dat het verzamelpunt wordt genoemd. Het verzamelpunt selecteert de emanaties die afgestemd worden. De specifieke afstemming die waargenomen wordt, is het effect van een specifieke positie van het verzamelpunt in de verpakking.

Er is in de cocon van de mens de plek die voor het verzamelpunt de standaardpositie is en er zijn verplaatste posities. Bij de mens kan de positie van het verzamelpunt zowel van binnenuit als door iets of iemand van buitenaf verplaatst worden. Wanneer het verzamelpunt is verplaatst, komen andere dan de standaard emanaties op het verzamelpunt samen. De Tolteken concludeerden dat, aangezien de gloed van beleving het verzamelpunt altijd omhult, waar het zich ook bevindt, het daar is dat de emanaties afstemmen. Ze onderscheidden twee soorten verzamelpuntverplaatsingen. De ene is een verplaatsing naar een willekeurige positie op het oppervlak of in het binnenste van de lichtuitstralende bol; deze verplaatsing noemden ze een verschuiving van het verzamelpunt. De andere is een verplaatsing naar een positie buiten de bol; deze verplaatsing noemden ze een beweging van het verzamelpunt. Een verschuiving, een verschoven positie, doet je een andere versie van de standaardwereld waarnemen en een beweging, een bewogen positie, doet je een andere wereld waarnemen.

Waarnemen is een mysterie. Niet zozeer wat we waarnemen, maar wat het is dat ons doet waarnemen. En wat ons doet waarnemen is een onophoudelijke activiteit van oneindigheid. Deze activiteit  resulteert in wat wij afstemming noemen en afstemming resulteert in wat wij de afstemimpuls noemen. De afstemimpuls is een ontlading die inherent is aan iedere afstemming en die werkt als een vitaliteitsoverdracht.

Eerder had ik het erover dat elk pasgeboren organisme wordt getraind. Dat we niet echt begrijpen hoe pasgeborenen worden overgehaald om te doen wat hun soort doet en zo een standaardpositie voor hun verzamelpunt ontwikkelen, die hen in staat stelt om in hun specifieke omgeving te functioneren. Wat we wel begrijpen is dat de afstemimpuls hierin van doorslaggevend belang is. Het fenomeen van de afstemimpuls zorgt voor onophoudelijke uitbarstingen van vitaliteit die volgen op wat je 'opdrachten van de Adelaar' zou kunnen noemen.

Toen de Tolteken onderzochten hoe de standaard waarneming tot stand komt, zagen ze dat een afstemming onophoudelijk wordt vernieuwd om de waarneming te doordringen van continuiteit. Om een afstemming telkens te vernieuwen met de frisheid die deze nodig heeft om een bewegende wereld te suggereren, worden de ontladingen of uitbarstingen die inherent zijn aan afstemmingen omgeleid om een aantal voorkeurafstemmingen te versterken. Ze zagen echter ook dat, hoewel de afstemimpuls onbegrijpelijk is, zij is te sturen en deze observatie bracht zieners van de nieuwe cyclus ertoe een onderscheid te maken tussen wat wij 'wil' noemen en wat wij 'intentie' noemen.

Wat wij 'wil' noemen zijn die opdrachten van de Adelaar waardoor je in je waarneming gebonden bent aan de standaardwereld. En het is ook wil waardoor het verzamelpunt op een standaardpositie terecht komt. Door de afstemimpuls die wij wilimpuls noemen, die volgt op een opdracht van wil, gedragen mensen zich zoals zij zich gedragen binnen het collectief waarvan zij deel uitmaken. De opdrachten van wil en de wilimpuls dienen het individu in de omgang met het bekende.

Door greep op de afstemimpuls te ontwikkelen kunnen zieners zich ontrekken aan de opdrachten van wil en ontvankelijk maken voor de opdrachten van 'intentie'. Wat wij 'intentie' noemen zijn die opdrachten van de Adelaar die een ziener uitnodigen de afstemimpuls gericht te gebruiken. De opdrachten van intentie en de afstemimpuls die wij intentie-impuls noemen, die volgt op een opdracht van intentie, dienen het individu in de omgang met het onbekende.

De afstemimpuls is een uniek fenomeen, omdat zij ofwel helpt het verzamelpunt te verplaatsen, ofwel het vastgeklonken houdt aan zijn standaardpositie. Zoals gezegd is het aspect van afstemming dat het verzamelpunt stationair houdt 'wil', en het aspect van afstemming dat het doet verplaatsen is 'intentie'. En hoewel het dus mogelijk is de greep op de afstemimpuls te ontwikkelen, blijft het tot op vandaag een mysterie hoe de wilimpuls, de afstemimpuls die je dient in je omgang met het bekende, verandert in de intentie-impuls, de afstemimpuls die je dient in je omgang met het onbekende. Je zou deze verandering kunnen ontvangen als een geschenk van de Adelaar.

Net als 'wil', en daarmee de wilopdracht, is 'intentie', en daarmee de intentie-opdracht, voortdurend in het universum actief. Wat de intentie-opdracht precies is en hoe zij precies effectueert, kan ik niet in taal weergeven. Het is geen gedachte, of een object, of een wens; het is een trilling die altijd en overal waarneembaar is. Zoals 'wil' is 'intentie' een van de actieve kanten van oneindigheid. Alles wat bestaat is verbonden met intentie. Zieners bespreken, begrijpen en gebruiken deze verbinding. En omdat de verwikkelingen van het standaard leven een verdovende werking op deze verbinding hebben, is hun praktijk het open houden van de verbinding door deze verdovende effecten te minimialiseren. Zieners zijn serieus bezig met hun verleden, maar niet met een persoonlijk verleden. Voor zieners is hun verleden wat andere zieners in vervlogen tijden hebben bereikt in termen van individuele vrijheid. Dit is het verleden dat mijn ​​referentiepunt is.

De intentie-opdracht manifesteert zich voortdurend aan iedereen met dezelfde intensiteit en consistentie, maar niet iedereen is voortdurend ontvankelijk voor de onthullingen ervan. Voor wie er wel ontvankelijk voor is, is de intentie-opdracht als een magische vogel die even pauzeert in haar vlucht om een mens hoop en richting te geven; zieners leven in de wind van deze vogel, die ze de vogel van wijsheid noemen, of de vogel van vrijheid. De praktijk van zieners is als een steeds terugkeren naar oneindigheid, na verdwaald geweest te zijn in een woestijn. En uit de woestijn breng je trofeeën mee, zoals bijvoorbeeld voor mij begrip een trofee is.

Voor mij is intentie een abstractie die ik ken zonder woorden. Zij is een abstractie omdat ik mij geen voorstelling kan maken van wat zij is. Toch, zonder enige kans of wens om haar te begrijpen, hanteer ik de intentie-opdracht. Ik herken haar, ik wenk haar, ik verleid haar, ik raak ermee vertrouwd en geef haar expressie met mijn daden. Intentie luistert alleen als de spreker in gebaren spreekt. En een gebaar betekent niet een teken of een lichaamsbeweging, maar een daad van ware overgave, van vrijgevigheid, van humor. Als gebaar voor intentie bieden zieners het eerlijkste wat zij te bieden hebben in stilte aan het abstracte aan. Voor mij is er geen nadenken, verwonderen of speculeren. Uit ervaring weet ik dat door gebruik te maken van de mogelijkheid om mijn functioneren in vertrouwen over te geven aan deze actieve kant van oneindigheid, te laten bepalen door deze actieve kant van oneindigheid, mijn optimale welzijn in dit leven verzekerd is.

Gericht gebruik van de intentie-impuls is de meest geavanceerde greep op de afstemimpuls. Dit betekent het in stand kunnen houden van een afstemming, van welke emanaties dan ook die door de gloed van beleving zijn verlicht, door welke verplaatsing van het verzamelpunt dan ook. Zo maakt het gerichte gebruik van de intentie-impuls het mogelijk om niet slechts een glimp op te vangen van het onbekende, maar om dat wat zich aandient nauwkeurig te observeren en er een actieve participant in te worden.

De afstemimpuls kan voor de mens nadelige gevolgen hebben. Om de standaardwereld anders waar te nemen, moet je voldoende weerstand hebben om de druk van een afstemimpuls aan de linkerkant, die onder standaard omstandigheden nooit gebeurt, te weerstaan. Om andere werelden waar te nemen, moet je vitaliteit zodanig zijn dat er door de barriere van waarneming gebroken wordt, en nog genoeg weerstand over hebben om de druk van de afstemimpuls van de andere emanatiebanden te weerstaan.

Een noodzakelijk gebeuren in het leven van een zoeker is het moment waarop deze zonder schild is. Dit moment staat bekend als het verliezen van de menselijke vorm. De voorkant van de cocon van de mens is een soort schild, dat zieners de voorplaat noemen. In profiel is de ei-achtige vorm als een grote asymmetrische jojo die op zijn kant staat, of als een bijna ronde pot die op zijn kant rust met een deksel erop. Het deel dat op een deksel lijkt is de voorplaat; het is misschien wel een vijfde van de dikte van de totale cocon. Het is een bijna ondoordringbaar, onwrikbaar schild dat je beschermt tegen de invloed van de tuimelaar. De tuimelaar is een belangrijk fenomeen, waar ik nog op terug zal komen.

De menselijke vorm is een emanatiebundel in de emanatieband van organisch leven. Van alle organische wezens komt de bundel alleen voor in de cocon van de mens. Daarom noemen wij deze bundel de mal van de mens. De menselijke vorm is een samenpakking van trillingen. Of, anders gezegd, de menselijke vorm is de afstemimpuls van de emanaties die op de standaardpositie van het verzamelpunt van de mens geselecteerd worden voor afstemming. Dit is de wilimpuls en het is de wilimpuls die het individu in de standaardwereld tot een persoon binnen een collectief maakt. Een persoon zijn betekent dat je zonder meer gehoor geeft aan de wilimpuls en bijgevolg dat je verbonden bent met de standaardpositie en bijgevolg dat je in je waarneming gebonden bent aan de standaardwereld.

Door de praktijken die zij beoefenen verschuift het verzamelpunt van zoekers herhaaldelijk naar links. Tot dit een permanente verplaatsing wordt naar een nieuwe positie aan de linkerkant. Als de standaardpositie de wilpositie is, dan is deze permanente nieuwe positie de intentiepositie. De verschuiving naar de intentiepositie brengt een nieuwe afstemming van emanaties met zich mee, en daarmee een nieuwe waarneming. Het is het begin van een reeks grotere verschuivingen en bewegingen. Zieners noemen deze permanente verschuiving naar de intentiepositie het verliezen van de menselijke vorm, omdat het een onomkeerbare verschuiving van het verzamelpunt markeert, weg van zijn standaardpositie. Deze onomkeerbare verschuiving resulteert erin dat je niet langer geklonken bent aan de wilimpuls, ofwel de afstemimpuls die je in de standaardwereld tot een persoon maakt.

Een collectief neemt een standaardwereld waar vanwege een gedeelde uniformiteit en samenhang. Mensen hebben uniformiteit in de zin dat elk mens op aarde de emanatievorm heeft van een bol of een ei. En het feit dat deze vorm bijeengehouden wordt als bol of ei toont aan dat er samenhang is. Deze twee condities worden bewerkstelligd tijdens de opvoeding en ze zijn zo vanzelfsprekend dat hun belang pas beseft wordt als je geconfronteerd wordt met de mogelijkheid om andere versies van de standaardwereld waar te nemen of om andere werelden waar te nemen. Om dit coherent en volledig te kunnen, is een andere, passende, uniformiteit en samenhang nodig. Er is discipline en vitaliteit voor nodig om je uniformiteit en samenhang te herschikken. De uniformiteit en samenhang herschikken betekent de intentiepositie innemen, door het verzamelpunt op een verplaatste positie vast te zetten en te voorkomen dat het terugglijdt naar zijn standaardplek. De Tolteken waren hier meesters in en dit stelde hen in staat alles waar te nemen wat binnen het bereik ligt van het menselijke vermogen om waar te nemen.

Een voorbeeld van een veranderde uniformiteit en samenhang zijn sommige Tolteken van wie de cocon een lijn werd; voor ieder van hen geldt dat ze uniform een lijn werden en coherent een lijn bleven. Uniformiteit en samenhang als lijn stelden hen in staat een homogene andere wereld waar te nemen. Ze verkregen uniformiteit en samenhang door de positie van het verzamelpunt vast te zetten. In principe kunnen alle emanaties die door de ruimte binnen de schil van de emanatievorm van de mens gaan door de mens waargenomen worden. In de praktijk worden er hiervan maar een heel beperkt aantal gebruikt voor afstemming. En in de standaardwaarneming wordt dit aantal nog eens sterk gereduceerd. Deze Tolteken strekten de bol uit tot een lijn die vele malen groter is en namen alle emanaties waar die door die lijn gingen.

De Tolteken noemden het resultaat van het vastzetten van het verzamelpunt op verplaatste posities aan de linkerkant de tweede aandacht. Ze behandelden de tweede aandacht als een gebied van allesomvattende activiteit, net zoals de aandacht van de standaardwereld dat is. Zieners hebben in feite twee complete werkelijkheden voor hun waarnemingen: een beperkte werkelijkheid, de eerste aandacht, ofwel de beleving van de standaardwereld, wat neerkomt op het vastzetten van het verzamelpunt op zijn standaardpositie aan de rechterkant; en een onbeperkte werkelijkheid, de tweede aandacht, ofwel het vastzetten van het verzamelpunt op elk van een groot aantal verschoven en bewogen posities aan de linkerkant.

Een gevaar bij het verzamelen van andere versies van de standaardwereld is dat die werelden net zo bezitterig zijn als de standaardwereld. Een eigenschap van de afstemimpuls is om het verzamelpunt op een positie vast te zetten. Weliswaar niet door de afstemmingen van de standaardpositie, maar door afstemmingen van een positie die op hun beurt voorkeurafstemmingen worden. En dit geldt niet enkel voor verschuivingen, maar ook voor bewegingen waarbij de barriere van waarneming doorbroken wordt.

Om een andere wereld waar te nemen is een afstemming nodig van emanaties van een andere emanatieband dan de emanatieband van organisch leven. De andere wereld die het gemakkelijkst is om te selecteren is wat de zwarte wereld genoemd wordt. Een van de eigenschappen van de zwarte wereld is dat de emanaties die in de zwarte wereld met tijd van doen hebben verschillen van de emanaties die in de standaardwereld met tijd van doen hebben, en die dan ook een ander gewaarzijn van tijd opleveren. Zieners die in de zwarte wereld participeren, zweren dat ze er een lange periode hebben doorgebracht, terwijl het in termen van de standaardwereld slecht een moment blijkt te zijn geweest. Wanneer zieners het over tijd hebben, bedoelen ze niet iets dat gemeten wordt door de beweging van een klok. Tijd is de essentie van beleving. Ik voor mij heb de overtuiging dat de emanaties zijn gemaakt van tijd. Je kunt zeggen dat wanneer zieners de mogelijkheden van beleving ontwikkelen, ze vertrouwd raken met tijd.

naar VIJF (beleving) < 

> naar ZEVEN (het verzamelpunt)

Labels:

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage