vrijdag 26 september 2025

Juan Matus (Carlos Castaneda) TIEN: PRAKTIJKEN

 TIEN

Praktijken

Hoewel ieder organisch levend wezen geconditioneerd wordt om op de eerste plaats de standaardwereld van de soort waar te nemen, hebben mensen het vermogen om andere versies van de werkelijkheid te beleven, die net zo echt, uniek, absoluut en overweldigend zijn als de standaardwereld. Het bestaan ​​ervan is constant en onafhankelijk, maar om deze andere versies waar te nemen, moeten ze niet alleen begeerd worden, maar je moet ook voldoende vitaliteit hebben om er in te verblijven en erin te participeren. In de overtuiging dat een conditionering te corrigeren is, ontwikkelden de Tolteken een reeks praktijken die ontworpen zijn om hun vermogen om waar te nemen te herconditioneren.

Met andere woorden, de praktijken van de Tolteken zijn ontwikkeld om het verzamelpunt te manipuleren; het naar believen van positie te laten veranderen, zodat in de emanatievorm van de mens het contactpunt met de zee van beleving verplaatst. Door deze verplaatsting komen andere heelalemanaties dan die van de standaard waarneming op het verzamelpunt samen met binnenemanaties, waardoor de mogelijkheden van beleving van de mens anders gebruikt worden dan dit het geval is in de standaard waarneming. Eerder genegeerde emanatiebundels worden afgestemd en waargenomen en welke deze zijn is afhankelijk van de verplaatsting. Wanneer de verplaatsting een verschuiving is, zijn deze waarnemingen ofwel verschoven visies op de figuratieve versie van de werkelijkheid ofwel directe waarnemingen van de abstracte versie van de werkelijkheid. En wanneer de verplaatsting een beweging is, zijn het directe waarnemingen van compleet andere werelden, onbegrijpelijke, onvoorstelbare werelden zonder een spoor erin van iets dat binnen het betekenis systeem van de mensheid geinterpreteerd kan worden. Dan, door het verzamelpunt op zijn verplaatste positie vast te zetten, kan een ziener dat wat zich aandient nauwkeurig observeren en er een actieve participant in worden.

Alle praktijken van zieners, van de meest eenvoudige tot de meest verbazingwekkende, maken nergens anders gebruik van dan van de vermogens van het menselijke lichaam. Ik noem hier enkele praktijken die ontwikkeld zijn om het verzamelpunt los te maken van de standaardpositie, het te verplaatsen naar een veschoven of bewogen positie en het daar vast te zetten, zodat de mogelijkheden van beleving van de mens optimaal ontwikkeld en gebruikt kunnen worden: *waterstaren  *krachtloop  *ongewoon gedrag *klap van de nagual  *innerlijke stilte  *daalverschuiving  *hallucinogene planten  *toverijpraktijken  *gedroom  *recapitulatie.

waterstaren
De Tolteken verdeelden hun kennis in vijf sets van elk twee categorieën.

De eerste set: de aarde en de donkere gebieden. Hun kennis van de aarde werd gebruikt om alles wat op de grond staat ofwel positief ofwel negatief te beinvloeden. Er waren bepaalde bewegingen, woorden, zalven, drankjes die werden toegepast op mensen, dieren, insecten, bomen, planten, rotsen, aarde. De tegenhanger van de aarde was wat de Tolteken kenden als de donkere gebieden. Deze praktijken hadden te maken met communicaties met anorganische wezens.

De tweede set: vuur en water. De kennis van vuur en water gebruikten ze ofwel om de standaardwereld anders waar te nemen ofwel een andere wereld waar te nemen. Ze verdeelden vuur in hitte en vlam, en ze verdeelden water in nattigheid en vloeibaarheid. Ze noemden hitte en nattigheid de mindere eigenschappen en ze beschouwden vlammen en vloeibaarheid als magische eigenschappen. Deze laatste werden eveneens gebruikt als een middel voor communicaties met anorganisch leven.

De derde set: het bovenstaande en het onderstaande, de vierde set: het luide en het stille, de vijfde set: het bewegende en het stationaire. De praktijken van de Tolteken waren ingewikkeld en de meeste zijn tegenwoordig zo goed als verdwenen. Dus ik noem deze drie sets even kort. De derde set waren praktijken die te maken hadden met het bovenstaande zoals wind, regen, wolken, bliksemschichten, donder, daglicht, de zon en het onderstaande zoals mist, water van ondergrondse bronnen, moerassen, aardbevingen, de nacht, maanlicht, de maan. De vierde set waren praktijken die te maken hadden met de manipulatie van geluid en stilte. En de vijfde set waren praktijken die te maken hadden met mysterieuze aspecten van beweging en bewegingloosheid.

Waterstaren is een voorbeeld van een praktijk van de derde set. Hierbij wordt een spiegelend voorwerp in een stromend of stilstaand water onderdgedompeld. Het voorwerp kan elk plat object zijn dat het vermogen heeft om beelden te reflecteren. Voor de Tolteken vergrootte het reflecterende oppervlak van een ondergedompeld glanzend voorwerp de werking van het water als een verbinding naar andere 'niveaus'. De nattigheid van water was voor hen iets dat alleen maar dempt of doorweekt, terwijl de vloeibaarheid van water stroomt naar wat zij de 'andere niveaus daaronder' noemden. De Tolteken telden zeven niveaus. Ik ben een ziener van de nieuwe cyclus, en daarom heb ik een andere visie. Mijn versie is dat je door in water te staren een bepaalde kwaliteit van je ogen gebruikt, waardoor je sneller in de juiste innerlijke staat komt om het onbekende waar te kunnen nemen. Maar dit betekent niet dat de praktijken van de Tolteken ongeldig zijn; hun interpretaties zijn niet de mijne, maar hun waarheden hadden praktische waarde voor hen. In het geval van de waterpraktijken waren ze de overtuiging toegedaan dat het mogelijk was om door de vloeibaarheid van water lichamelijk te worden getransporteerd. Ten eerste, in het standaard niveau langs de waterloop van een rivier in beide richtingen; hiervoor  gebruikten ze stromend water. En ten tweede, zoals tijdens het waterstaren, vanuit het standaard niveau naar ergens tussen het standaard niveau en de zeven niveaus in de diepten daaronder; hiervoor gebruikten ze het water van waterpoelen. Ook gebruikten ze waterpoelen om een een-op-een ontmoeting te hebben met een levend wezen van wat ze het eerste niveau noemden. Een van hun ontdekkingen hield in dat via een waterlichaam de zekerste manier is om een van die anorganische wezens tegen te komen. De grootte van het waterlichaam doet er niet toe; een ondiepe rivier of een plasje dienen hetzelfde doel. De anorganische levensvorm komt om te ontdekken wat er aan de hand is als mensen roepen en die Tolteekse techniek is als een klop op hun deur. Voor de Tolteken diende het glanzende oppervlak op de bodem van het water als lokaas en als raam. Dus mensen en anorganische wezens ontmoeten elkaar bij zo'n raam. De Tolteken zouden hebben gezegd dat je het effect ondergaat van de kracht van het water en de kracht van het eerste niveau, plus de magnetische invloed van het wezen bij het raam. Zoals gezegd, ik heb een andere visie. Het over de diepten en niveaus hebben is bij wijze van spreken. Er zijn geen diepten of niveaus, er is alleen de omgang met beleving.

krachtloop 
De Tolteken ontwikkelden een praktijk die krachtloop of het lopen op het verzamelpunt genoemd wordt. In een staat van innerlijke stilte maak je een loopbeweging, op een en dezelfde plaats. Het ritme van gedempte stappen vangt de afstemimpuls op en het verzamelpunt haakt zich vast aan de randen van de band van de mens. Aan de rechterrand vind je visioenen van fysieke activiteit, geweld, moord, sensualiteit. Aan de linkerrand vind je visioenen van spiritualiteit, religie, god. Samen is dat een compleet beeld van de stapel mens-gerelateerde rommel, die het product is van de inventaris-activiteit van de mens. Omdat deze verschuivingen van het verzamelpunt verplaatsingen zijn langs de randen van de band van de mensen worden ze laterale verschuivingen genoemd. Alle ongeloofwaardige of bizarre waarnemingen die het gevolg zijn van de krachtloop, zijn vertekende versies van de standaardwereld.

ongewoon gedrag
Het moeilijkste op het pad van zoekers is om voor de eerste keer het verzamelpunt te verschuiven. Die verschuiving is de voltooiing van het pad van de zoeker en de doorbraak naar het pad van de ziener. De Tolteken ontwikkelden technieken om de initiële verschuiving van het verzamelpunt van binnenuit op eigen kracht te bewerkstelligen. Een van deze technieken is te volharden in ongewoon gedrag. Ze merkten op dat elk ongewoon gedrag agitatie in het verzamelpunt veroorzaakt. Ze ontdekten dat als ongewoon gedrag systematisch wordt beoefend en nuchter wordt aangestuurd, het uiteindelijk het verzamelpunt doet verschuiven. Maar allereerst moet er de realisatie zijn dat de wereld die standaard waargenomen wordt het resultaat is van het feit dat het verzamelpunt zich o.a. door collectief gewoontegedrag op een specifieke positie in de cocon bevindt. Als dat eenmaal ten volle gerealiseerd is, verschuift het verzamelpunt als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe individuele gewoontes.

de klap van de nagual
De positie van het verzamelpunt kan zowel van binnenuit op eigen kracht verschoven worden, als met de hulp van iemand of iets van buitenaf. De praktijk uit de tweede categorie die bekend staat als de 'klap van de nagual' is een ontdekking van de Tolteken en is al eeuwen deel van onze traditie. Zoals ik eerder vertelde, oefenen de heelalemanaties een voortdurende druk uit op wat zich in de cocon bevindt en de werking van beleving is dan om de heelalemanaties te laten samensmelten met de binnenemanaties. In de standaard waarneming worden steeds dezelfde emanaties benadrukt. De Tolteken ontdekten het proces van het benadrukken van andere dan de standaard emanaties en ze realiseerden zich dat door een klap op het verzamelpunt te geven een nagual vrouw of een nagual man de druk kan verleggen naar aangrenzende emanaties. De klap creëert een deuk die de binnenemanaties in beroering brengt, waardoor de gloed van beleving op niet-standaard emanaties valt. Anders gezegd, het verzamelpunt raakt los van de standaardpositie, selecteert vanuit de verschoven positie emanaties voor afstemming, met als gevolg waarnemingen die buiten de mogelijkheid van de standaard beleving van de mens liggen. Zieners van de nieuwe cyclus gebruiken de techniek van de klap dan ook om hun leerlingen te begeleiden bij het leren over de mogelijkheden van de beleving van de mens.

De klap van de nagual moet op het verzamelpunt worden gegeven, een precieze plek die van individu tot individu miniem verschilt. Daarom kan de klap alleen worden gegeven door een nagual die kan zien. Een niet-ziende nagual kan niet de precieze plek zien om op te slaan. En een ziener die geen nagual is, kan misschien wel op de precieze plek slaan, maar heeft niet de vitaliteit om de gloed van beleving te verschuiven.

Het waren de Tolteken die ontdekten dat het verzamelpunt van de mens zich niet in het organische lichaam bevindt, maar in de lichtuitstralende schil van de cocon. Omdat het verzamelpunt een intense helderheid heeft kan de nagual de plek zien en erop duwen. De duw creëert een deuk in de cocon en het wordt door de ontvanger gevoeld als een flinke klap op het lichaam. Er zijn twee typen deuken, de ene is een holte en de andere is een spleet; elk heeft een eigen effect. De holte is een tijdelijk kenmerk en veroorzaakt een tijdelijke verschuiving en de spleet wordt een diepgaand en permanent kenmerk van de cocon en veroorzaakt een permanente verschuiving. Een cocon van mensen van wie het gewaarzijn enkel bestaat uit introspectie verhardt, en zo'n cocon wordt meestal in zijn geheel beinvloed door de klap van de nagual. Soms is de cocon echter erg buigzaam en creëert de kleinste duw een komvormige deuk die in grootte varieert van een deukje tot een die een derde is van de totale cocon. Of het creëert een spleet die over de breedte van de ei-achtige vorm kan lopen, of over de lengte ervan, waardoor de cocon eruitziet alsof hij zich heeft opgerold. Sommige coconschillen keren, nadat ze zijn gedeukt, direct terug naar hun oorspronkelijke vorm. Andere blijven uren of zelfs dagen achtereen gedeukt, waarna ze alsnog hun ongedeukte vorm terugkrijgen. Bij weer anderen ontstaat een stevige deuk die een volgende klap van de nagual op een aangrenzend gebied vereist, om de oorspronkelijke vorm van de cocon te herstellen. En een paar van de schillen verliezen hun deuk nooit meer als ze die eenmaal hebben; ongeacht hoeveel klappen ze krijgen van een nagual, ze keren nooit meer terug naar hun ei-achtige vorm.

Wanneer de nagual het verzamelpunt duwt, belandt het op een andere plek ergens op de band van de mens. Het maakt niet uit waar, want waar het ook naar toe verschuift, het is altijd een niet eerder gebruikte positie. De grote test die zieners voor hun leerlingen ontwikkelden, is om het traject van verschillende posities dat hun verzamelpunt onder invloed van de nagual heeft afgelegd, op eigen kracht terug te volgen. Deze praktijk van het herwinnen van je totaliteit wordt recapitulatie genoemd en moet door de standaard waarneming worden uitgevoerd.

Het is misleidend om het over de band van de mens te hebben, want in feite is het eerder een schijf. De cocon van de mens lijkt op een transparante wittige ei-achtige bol, die verdeeld is in vier longitudinale secties, met op de lijn tussen het eerste en tweede deel een donkere schijf die in de bol is gestoken. De donkere schijf gaat van het oppervlak aan de ene kant naar het oppervlak aan de andere kant, helemaal door de wittige bol. Het verzamelpunt van de mens bevindt zich hoog op de schil van de cocon, zo'n driekwart van de afstand naar de bovenkant van de bol. Wanneer een nagual op dat punt van intense helderheid duwt, beweegt het verzamelpunt in de donkere schijf. Verschoven gewaarzijn ontstaat, wanneer de gloed van het verzamelpunt een aantal tot nu toe ongebruikte emanaties in de donkere schijf verlicht. Als je de gloed van het verzamelpunt in die schijf ziet verschuiven, krijg je het gevoel dat deze naar links verschuift op het oppervlak van de cocon. De transparantie van de lichtuitstralende bol wekt die indruk, maar in feite is elke verschuiving van het verzamelpunt in de diepte, in het midden van de bol langs de dikte van de band van de mens. De Tolteken hebben de verschuiving van het verzamelpunt gezien, maar niet dat het een verschuiving in de diepte was. Ze volgden hun zien en bedachten de uitdrukking 'verschuiving naar links'. En hoewel dit eveneens, net als de band van de mens, misleidend is, is dit nog steeds de naam die wij gebruiken. (HIER 2 verslagen van het effect van een klap van de nagual: 1. Carlos Castaneda kreeg een klap van de nagual Juan Matus en 2. Paramahansa Yogananda kreeg een klap van de goeroe Sri Yukteswar.)

innerlijke stilte
De staat van zijn die het resultaat is van het stoppen van de interne dialoog werd door de Tolteken innerlijke stilte genoemd. Tijdens innerlijke stilte worden waarnemingen gedaan die buiten de mogelijkheid van de standaard beleving van de mens liggen. Met andere woorden, indirecte waarnemingen verdwijnen en directe waarnemingen nemen het over. Beleving is het vermogen dat je als mens hebt om het bestaan gewaar te zijn en het is het hebben van beleving dat je tot een levend wezen maakt. Ik heb het erover gehad hoe dit vermogen in de regel tijdens de eerste jaren na de geboorte ingeperkt wordt. Innerlijke stilte heft die beperking op en daarom is het de staat waarop al onze praktijken gebaseerd zijn. Alles wat wij doen in onze praktijken, die er zonder uitzondering op gericht zijn de mogelijkheden van beleving optimaal aan te wenden, heeft innerlijke stilte als basis.

De praktijk van innerlijke stilte werkt voor iedereen, maar de een heeft er meer aanleg voor dan de ander. Sommige beoefenaars hebben een paar minuten stilte nodig om het gewenste resultaat te bereiken, terwijl anderen misschien wel een paar uur nodig hebben. Het gewenste resultaat is wat de Tolteken het stoppen van de wereld noemden, het moment waarop alles om je heen ophoudt te zijn wat het standaard is. Dat is het moment waarop je overgaat op directe waarneming. Met andere woorden, het verzamelpunt gebruikt niet langer de emanaties voor afstemming die het in de standaardpositie gebruikt en bijgevolg heeft wat je waarneemt een totaal andere aard dan waaraan je in de standaardwereld gewend bent. Innerlijke stilte is de praktijk die leidt naar een opschorting van ieder oordeel, omdat de waarnemingen van gegevens die uit het onbekende deel van het universum voortkomen zich onttrekken aan het betekenis systeem van de mensheid.

daalverschuiving
Het effect van innerlijke stilte is mysterieus. Zodra je in een staat van innerlijke stilte verkeert, komt het verzamelpunt los om te verplaatsen. Gewoonlijk is dit een verschuiving naar links, dat is als richtingsvoorkeur een spontane reactie van de meeste mensen, maar er zijn nog steeds zieners die die verschuiving kunnen richten op posities onder de standaardpositie van het verzamelpunt. Deze verschuiving wordt de 'verschuiving naar beneden' of de 'daalverschuiving' genoemd.

Je kunt ook ook een spontane daalverschuiving hebben. Het verzamelpunt zet zich daar dan niet vast, en dat is maar goed ook, want het is wat zieners de positie van het monster noemen. Mijn mening is dat een daalverschuiving niet bevorderlijk is voor het streven van een ziener, hoewel het gemakkelijk is om te doen. Voor de Tolteken was het heel gebruikelijk om hun verzamelpunt te laten dalen. Dit maakte hen experts in het aannemen van dierlijke vormen. Ze kozen verschillende dieren als hun referentiepunt en noemden die dieren hun nagual. Door hun verzamelpunt naar specifieke posities te verschuiven, verworven ze de kenmerken van het dier van hun keuze, de kracht of wijsheid of behendigheid. Er zijn veel voorbeelden van dergelijke praktijken, zelfs onder zieners van onze tijd. Het relatieve gemak waarmee het verzamelpunt van de mens 'daalt', vormt een grote verleiding voor bepaalde zieners. Een daalverschuiving resulteert in een waarneming van een versie van de standaardwereld die beperkt en gedetailleerd is, zo gedetailleerd dat het een totaal andere wereld lijkt. Het is een betoverend beeld dat een grote aantrekkingskracht heeft, vooral voor die zieners die een avontuurlijke maar op de een of andere manier luie instelling hebben. De verandering van perspectief kan erg prettig zijn, er is minimale inspanning nodig en de resultaten zijn vaak verbluffend. Als een ziener wordt gedreven door snel resultaat, is er geen effectievere manoeuvre dan de daalverschuiving.

Een spontane daalverschuiving gebeurt periodiek bij elke ziener, maar naarmate het verzamelpunt permanenter verder naar links verschuift komen zulke verschuivingen steeds minder vaak voor. Elke keer dat een spontane daalverschuiving gebeurt, neemt de vitaliteit van een ziener die hem ondergaat af. Een spontane daalverschuiving gebeurt vaker bij vrouwen dan bij mannen, maar die kunnen meestal ook moeiteloos hun verzamelpunt weer uit die positie weghalen, terwijl dit voor mannen moeilijk kan zijn. En ook het verzamelpunt op elke positie vastzetten na een daalverschuiving gaat vrouwen meestal makkelijk af, terwijl mannen daar in de regel minder aanleg voor hebben.

Zoals ik zei levert een daalverschuiving een andere waarneming op, niet van een andere wereld, maar van onze eigen standaardwereld, bekeken met een andere blik. Bepaalde geografische gebieden helpen niet alleen bij een verschuiving van het verzamelpunt, maar selecteren ook specifieke richtingen voor die verschuiving. Bijvoorbeeld, de Sonora woestijn helpt het verzamelpunt om van zijn standaardpositie te dalen, naar de positie van het monster. Daarom zijn er in Sonora echte tovenaars, vooral vrouwen.

hallucinogene planten
Als het verzamelpunt verschuift, leidt dit tot nieuwe afstemmingen, en dus tot nieuwe waarnemingen. Hallucinogene planten werden en worden gebruikt om het verzamelpunt te verschuiven. Hallucinogene planten hebben dat effect, maar bijvoorbeeld honger, vermoeidheid, koorts kunnen een soortgelijk effect hebben.

tovenarij
Tovenarijpraktijken hebben geen intrinsieke waarde. Hoe verschillend van elkaar ze ook mogen zijn, hun echte functie is altijd om de standaard waarneming de controle over het verzamelpunt te laten loslaten. Het verplaatsen van het verzamelpunt kan zonder rituelen en bezweringen gepraktiseerd worden. Toch kunnen rituelen en bezweringen op een bepaald moment in het leven van een zoeker nut hebben. Omdat het repetitief is, lokt ritueel gedrag de standaard waarneming weg van de introspectie die het verzamelpunt rigide vasthoudt in zijn standaardpositie. Als je verzamelpunt spontaan zijn rigiditeit verliest, verlies je je verstand. Als je een zoeker bent, weet je dit, en je wacht af wat er komen gaat. Gezond zijn in de standaardwereld betekent dat het verzamelpunt onbeweeglijk is. Als het verschuift, betekent het dat je gestoord bent. Voor een zoeker wiens verzamelpunt spontaan is verschoven staan er twee opties open. De ene is om te erkennen dat je gestoord bent en je op een gestoorde manier te gedragen, gestoord te reageren op de waarnemingen die zich door de verschuiving aandienen. De andere is om je geduld te bewaren, wetende dat het verzamelpunt zo goed als altijd terugkeert naar zijn standaardpositie. Mocht het verzamelpunt niet terugkeren naar zijn standaardpositie, dan ben je ofwel ongeneeslijk gestoord, omdat je verzamelpunt op de verschoven positie de standaardwereld nooit zal kunnen selecteren, ofwel je bent een weergaloze ziener die het traject naar het onbekende is begonnen.

gedroom
Om het verzamelpunt te verplaatsen worden er dus nog steeds een aantal praktijken beoefend die sinds het begin van onze traditie, tientallen eeuwen geleden, door zieners van de verschillende cycli ontwikkeld zijn. Zij ontwikkelden deze praktijken door de gloed van beleving te observeren. Wat ze zagen resulteerde in de volgorde waarin ze de waarheden over beleving rangschikten. Deze volgorde staat bekend als de greep op beleving en het is de greep op beleving die door zieners zoals ik gebruikt wordt in al onze praktijken die gericht zijn op het verwerven van vrijheid.

Een van deze praktijken noemden de Tolteken gedroom. Gedroom is een praktijk om de reikwijdte van wat waargenomen kan worden te vergroten. Het kan opgevat worden als een ‘poort naar oneindigheid’. Het is een sensatie; een proces in het lichaam; een beleving in de geest. Gedroom is gebaseerd op vijf observaties. Ten eerste: enkel de emanaties die direct door het verzamelpunt lopen kunnen gebundeld worden tot een coherente waarneming. Ten tweede: zodra het verzamelpunt naar een andere positie verplaatst, hoe klein de verplaatsing ook is, stromen er andere dan de standaard emanaties doorheen, die dan eveneens gebundeld worden tot een stabiele, coherente waarneming. Ten derde: het verzamelpunt verschuift in de loop van gewone dromen gemakkelijk automatisch naar een andere positie op het oppervlak of in het binnenste van de cocon. Ten vierde: het verzamelpunt kan bewegen naar posities buiten de cocon. En ten vijfde: het is mogelijk om een spontane verplaatsing van het verzamelpunt, tijdens een gewone droom in de slaap, vast te zetten.

De observatie aan het begin van de ontwikkeling van gedroom als praktijk, is dat in dromen het verzamelpunt spontaan een klein beetje naar links verschuift. Het verzamelpunt ontspant wanneer de mens slaapt, met als gevolg dat allerlei niet-standaard emanaties beginnen te gloeien. De Tolteken raakten gefascineerd door die observatie en begonnen met deze spontane verschuiving te werken. De greep op de spontane verschuiving die het verzamelpunt ondergaat in de slaap betekent dat je het verzamelpunt vastzet op de positie waar deze in de slaap naar toe verschuift. Bij gedroom is er geen manier om de verschuiving te sturen; het enige dat die verschuiving dicteert, is de mate van vitaliteit van de dromer.

De Tolteken hebben geprobeerd hun dromen te sturen, met als doel hun verzamelpunt diep naar de linkerkant te laten verschuiven. Maar ze ontdekten dat wanneer ze dit probeerden de spontane verschuiving verstoord werd en het verzamelpunt onmiddellijk terugkeerde naar zijn standaardpositie. Vanaf daar ontwikkelden de Tolteken hun kennis over het onderwerp verder; kennis die tot op vandaag een grote invloed heeft op wat ziener-dromers met gedroom doen.

Zieners die dromers zijn moeten een heel subtiel evenwicht vinden, want behalve dat dromen niet kunnen worden gestuurd door de inspanning van de ziener-dromer, mogen ze niet worden gestoord. En toch moet de verschuiving van het verzamelpunt onder controle komen van de ziener-dromer. Dit is een tegenstrijdigheid die niet kan worden gerationaliseerd, maar in de praktijk moet worden opgelost.

Nadat ze dromers hadden geobserveerd terwijl ze sliepen, kwamen de Tolteken tot de oplossing om dromen hun spontane loop te laten volgen. Ze hadden gezien dat in sommige dromen het verzamelpunt van de dromer aanzienlijk dieper naar de linkerkant verschuift dan in andere dromen. Deze observatie stelde hen voor de vraag of de inhoud van de droom het verzamelpunt naar een specifieke positie verschuift, of dat de verschuiving naar een specifieke positie de inhoud van de droom produceert. Ze concludeerden dat dit laatste het geval is en wel dat de verschuiving naar de linkerkant de droom produceert. Hoe verder de verschuiving, hoe bizarder de droom.

Dromen sturen is dus niet mogelijk en daarom dienen de oefeningen die zijn ontworpen om het verzamelpunt vast te houden op de positie waar het in de droom spontaan naartoe verschuift. Het is hier dat de ziener-dromer een subtiel evenwicht moet vinden. Het enige wat je kunt controleren is het vastzetten van het verzamelpunt.

Zieners van de nieuwe cyclus aarzelden in eerste instantie om gedroom te beoefenen. Ze geloofden dat gedroom, in plaats van te versterken, de vitaliteit van zoekers aantastte. Om de kwalijke effecten van gedroom te compenseren, ontwikkelden ze een gedragssysteem dat je de onberispelijke levensstijl, of onberispelijkheid, zou kunnen noemen. Met dat systeem verwerven zieners de vitaliteit die ze nodig hebben om de verschuiving van het verzamelpunt in gedroom te begeleiden. De overtuiging achter het systeem is dat een leven van onberispelijkheid onvermijdelijk leidt tot nuchterheid, en een conditie van nuchterheid leidt op zijn beurt tot een verschuiving van het verzamelpunt die zonder nadelen is.

Zieners van de nieuwe cyclus gaan ervan uit dat zoekers zich kunnen ontwikkelen tot ziener-dromer door een eigen weg te volgen. Omdat gedroom een spontane verschuiving van het verzamelpunt gebruikt, zou je niemand nodig moeten hebben om je te helpen. Wat je nodig hebt is nuchterheid die voortkomt uit onberispelijkheid in je dagelijks leven. Zonder nuchterheid zal de verschuiving chaotisch blijven, zoals iedere gewone droom chaotisch is.

Onberispelijkheid begint met een enkele handeling die volgehouden wordt. Als die handeling vaak genoeg wordt herhaald, resulteert dit in een open verbinding met 'intentie'. Intentie is de actieve kant van oneindigheid. Heb je een open verbinding met intentie dan zorgt oneindigheid voor je in alles wat je doet. Je kunt onbezorgd zijn, wat resulteert in innerlijke stilte, en innerlijke stilte geeft je de vitaliteit die nodig is voor het verzamelpunt om in gedroom naar voor jou geschikte posities te verschuiven. De ontwikkeling van controle komt nadat deze basis is voltooid en bestaat uit het systematisch handhaven van de droompositie door vast te houden aan de visie van de droom. Gestage oefening resulteert in een groot vermogen om met nieuwe dromen nieuwe droomposities vast te zetten, niet zozeer omdat je met oefening controle verkrijgt, maar omdat elke keer dat het vastzetten van een droom geoefend wordt je vitaliteit toeneemt. Voldoende vitaliteit zorgt er op zijn beurt voor dat het verzamelpunt verschuift naar droomposities waar dromen steeds ordelijker worden.

Zodra door nuchterheid de ordelijke droomposities steeds sterker worden, is de volgende stap om wakker te worden in elke droompositie. Deze manoeuvre, hoewel het eenvoudig klinkt, is een complexe aangelegenheid. Een onberispelijke ziener vertrouwd op intentie. Het gerichte gebruik van de intentie-impuls is wat, voor een onberispelijke ziener, een afstemming van de droompositie in stand houdt.

Waar het verzamelpunt in dromen ook naartoe verschuift, wordt de droompositie genoemd. De Tolteken werden zo bedreven in het vastzetten van hun droompositie dat ze in staat waren om wakker te worden, terwijl hun verzamelpunt daar verankerd bleef. Die wakkere droomaanwezigheid noemden ze het droomlichaam. Ze waren zo bedreven dat ze, elke keer dat ze wakker werden in een nieuwe droompositie, een tijdelijk nieuw droomlichaam creëerden.

Het vermogen van het droomlichaam is niet te onderschatten. Het is bijvoorbeeld gemakkelijk voor het droomlichaam om onafgebroken naar de emanaties te staren gedurende lange periodes, maar het is ook gemakkelijk voor het droomlichaam om uiteindelijk volledig door hen te worden verteerd. Ziener-dromers lossen dit probleem op door in teams te zien. Terwijl één ziener-dromer naar de emanaties staart, staan anderen klaar om het zien te beëindigen. Ze dromen samen. Het is heel goed mogelijk dat bij een groep ziener-dromers een afstemming gebeurt van dezelfde emanaties. En ook in dit geval zijn er geen bekende stappen, het gebeurt gewoon; er is geen techniek om te volgen. Bij het samen dromen, neemt iets in ons de leiding en we merken dat we plotseling dezelfde waarneming delen met andere dromers. Onze menselijke conditie zorgt ervoor dat we de gloed van beleving automatisch richten op dezelfde emanaties die andere mensen om ons heen gebruiken; we passen de positie van ons verzamelpunt aan, om zo te passen bij de anderen. We doen dat aan de rechterkant, in onze standaard waarneming, en we doen het ook aan de linkerkant, terwijl we samen dromen.

Het onderscheid tussen de Tolteken en de zieners van de nieuwe cyclus is dat de eerste een droomlichaam ontwikkelden dat min of meer een replica is van een aards lichaam, maar met meer fysieke kracht, en dat de tweede een droomlichaam zonder antropomorfe interpretatie prefereren. De Tolteken lieten daarom hun verzamelpunt langs de rechterrand van de band van de mens glijden. Hoe dieper ze het langs de rechterrand verschoven, hoe bizarder hun droomlichaam werd. Het droomlichaam van de Tolteken getuigt van dezelfde mentaliteit die hen er ook toe dreef om antropomorfe interpretaties te geven aan hun waarnemingen. De hedendaagse ziener-dromers verschuiven hun verzamelpunt langs het middengedeelte van de band van de mens. Als de verschuiving gering is, is de verandering van de ziener-dromer nauwelijks merkbaar. Maar is de verschuiving aanzienlijker dan wordt hun droomlichaam een lichtvlek. Zo'n abstract droomlichaam vinden wij bevorderlijk voor begrip en onderzoek.

recapitulatie
Recapitulatie is een intensieve praktijk van herinneren, die je helpt contact te maken en contact te onderhouden met de actieve kant van oneindigheid die wij 'intentie' noemen. Recapitulatie werd door de Tolteken ontwikkeld en wordt nog steeds algemeen beoefend. Het is zoals al onze praktijken een praktijk die voortkomt uit de directe waarneming van de emanaties zoals die door het universum trillen. Recapitulatie is een praktijk om je onvervreemdbare individualiteit te versterken.

Zoals ik eerder zei is het voor een zoeker om ziener te worden noodzakelijk dat deze het traject van de verschillende posities, dat het verzamelpunt onder invloed van iets of iemand van buitenaf heeft afgelegd, op eigen kracht terugvolgt. Deze activiteit heet het 'herwinnen van de totaliteit' en moet door de eerste aandacht worden gedaan. Iedere positie die het verzamelpunt onder invloed heeft ingenomen heeft namelijk een specifieke waarneming, die vergeten wordt zodra het verzamelpunt weer in zijn standaardpositie is teruggekeerd.

Zieners maken hun leerlingen in de eerste aandacht vertrouwd met basisbegrippen en basisprocedures en in de tweede aandacht geven ze hen de ervaring en de gedetailleerde uitleg. Zodra ze weer in de eerste aandacht verkeren herinneren leerlingen zich normaal gesproken deze uitleg niet, maar toch slaan ze die op de een of andere manier intact op in hun geheugen. Het herinneren van alles wat hen in de tweede aandacht overkomen is, is een van de moeilijkste en meest complexe traditionele taken op de weg van zoeker tot ziener. Zieners verklaren dat deze moeilijkheid o.a. het gevolg is van het feit dat elke keer dat iemand de tweede aandacht betreedt, het verzamelpunt zich op een andere positie bevindt. Herinneren dan is het verplaatsen van het verzamelpunt naar de exacte positie die het innam op het moment dat die toegangen tot de tweede aandacht plaatsvonden.

Zieners hebben niet alleen een volledig en absoluut geheugen, maar herbeleven elke ervaring die ze in de tweede aandacht hadden, door hun verzamelpunt terug te brengen naar elk van die specifieke posities. Ze wijden een leven lang aan het vervullen van deze taak van herinneren.

naar NEGEN (de dood) <


Labels:

Juan Matus (Carlos Castaneda) ACHT: HET SUPPLEMENT

 ACHT

Het supplement

Ieder mens heeft twee karakters. Het ene karakter brengt je orde en richting en doet je een leven leven dat je ervaart als eigen aan jouw individualiteit.  Dit karakter is je onvervreemdbare individualiteit. Het andere karakter is een bezetting. Dit karakter brengt je conflict en twijfel en doet je het standaard leven leven. Dit karakter is je erfeniskarakter. Al je tegenstrijdigheden zijn het resultaat van het conflict van je twee karakters, dat ieder van ons treft.

Om dit conflict uit je leven te bannen is een open verbinding met 'intentie' een basisvoorwaarde. De intentie-impuls is de onophoudelijke impuls die mensen gidst in hun leven als onvervreemdbare individualiteit. Stille kennis is kennis die tot je komt wanneer je in een staat van innerlijke stilte verkeert, stille kennis is direct contact met intentie, stille kennis is direct contact met oneindigheid. Je wenkt intentie, je geeft je over, en in een staat van innerlijke stilte wacht je af of intentie luistert. Wanneer je intentie in eerlijke overgave wenkt, komt zij naar je toe en wijst zij je hoe je kunt slagen, wat betekent dat je altijd bereikt waar je naar streeft. Intentie komt alleen naar je toe als je haar wenkt voor iets dat het abstracte betreft.

Ik heb eerder genoemd dat alles in het universum is samengesteld uit tweeling-aanwezigheden, die zowel tegengesteld als complementair aan elkaar zijn. De tweeling-aanwezigheid van de emanatievorm van de mens is een kleinere, compactere en zwaardere uitvoering van de ei-achtige cocon. De samenpakking van emanatiebundels die de tweelingaanwezigheid is en de samenpakking van emanatiebundels die de cocon is worden door oneindigheid bijeen gehouden. De tweeling-aanwezigheid is een supplement dat ieder mens heeft voor de duur van het leven. Het is een manifestatie uit een van de zeven emanatiebanden die anorganische wezens voortbrengen. Hoewel in de regel anorganische wezens niet zichtbaar zijn, is het supplement een uitzondering. Het is een donkere massa, die bijvoorbeeld door de lucht kan springen en plat op de grond kan landen. Vanwege dit springen springt noemden de Tolteken het supplement het vliegertje. Zieners zijn het met elkaar eens dat het supplement ooit iets anders was, maar over wanneer het vliegertje zijn intrede op aarde deed, bestaan er in onze traditie alleen individuele speculaties.

Het supplement is een invloed van buitenaf die, als je geen weerstand biedt, je beleving bezet. De vitaliteit om voort te bestaan haalt het supplement namelijk uit jouw gewaarzijn. Zoals ik al een paar keer opmerkte is de positie waar het verzamelpunt zich bevindt in onze cocon geen permanent kenmerk. De positie, waarop tijdens het proces van je opvoeding jouw verzamelpunt stabiliseert en vastgezet wordt als jouw standaardpositie, is een positie die voor je is gekozen door je voorouders. Voor ons zieners is het een feit dat de intiemste mentale, emotionele en fysieke preoccupaties van een persoon ingegeven zijn door het supplement. Het is namelijk de bezetting van iemands beleving door iemands supplement die diegene bindt aan de standaard beleving, en daarmee aan de standaard waarneming, en daarmee aan de standaardwereld. Daarom noemen wij het karakter dat een bezetting is het erfeniskarakter.

Om de invloed van het supplement te minimaliseren ontwikkelden de Tolteken een techniek die gebaseerd is op de ervaring dat wanneer ze in een staat van innerlijke stilte verkeerden er geen spoor te ontdekken viel van de bezetting. De praktijk die hieruit voortkwam is om het vliegertje te confronteren met onberispelijkheid. Wat wij recapitulatie noemen is een van de praktijken die je helpen in je streven naar een leven van onberispelijkheid. Iedere echt gedenkwaardige gebeurtenis in je leven is namelijk een gebeurtenis die los staat van omstandigheden in de standaardwereld, of anders gezegd, een gebeurtenis die niet het gevolg is van een preocupatie van je erfeniskarakter. Alles wat in je leven gedenkwaardig is gebeurde omdat je gehoor gaf aan 'intentie'.

Bij de lichtuitstralende cocons van mensenbaby's is niet enkel het verzamelpunt maar is de hele cocon van boven tot onder bedekt met een gloeiend omhulsel van beleving, dat strak om hun cocon is getrokken. Voor zover ik weet is de mens de enige soort die als baby dit omhulsel aan de buitenkant van de cocon heeft. Wanneer eenmaal het verzamelpunt een standaardpositie gestabiliseerd heeft, resteert er van dit omhulsel nog slechts een smal randje onderaan de cocon. Dit smalle randje van beleving is enkel geschikt voor introspectie. Met andere woorden, voor de meeste volwassen mensen is introspectie de enige vorm van gewaarzijn. Dit resulteert in flitsen van gewaarzijn, die genoeg zijn om het supplement te vitaliseren. Wat wij als zieners doen is ons dusdanig onberispelijk gedragen dat het supplement zijn vat op ons verliest. De praktijk dan van onberispelijkheid is te vertrouwen op oneindigheid en alle drama waaraan je gewend bent, en die door het erfeniskarakter gedicteerd wordt, zo rigoreus mogelijk achter je te laten.

Door middel van hun onberispelijkheid blokkeren zieners het supplement lang genoeg om het gloeiende omhulsel van beleving terug te kunnen krijgen. Omdat als het niet voortdurend door het supplement wordt gesnoeid het weer groeit tot zijn oorspronkelijke formaat en volume, vergeleken de Tolteken het omhulsel met een boom. En als het eenmaal weer aan het groeien is, is alles wat je vanaf dat moment overkomt niet langer uitsluitend een werking van omstandigheden in de standaardwereld. Omdat oneindigheid dit zo voor jou heeft bepaald, heb je vanaf dat moment een open verbinding met 'intentie'. Zoals eerder gezegd is oneindigheid de oer-aanwezigheid die alles is wat er is en waaruit alles wat bestaat voortkomt, de onbevattelijke aanwezigheid die alles stuurt. Je stappen worden geleid door oneindigheid en omstandigheden die door toeval lijken te worden gestuurd, worden in werkelijkheid gestuurd door intentie, ofwel de actieve kant van oneindigheid.

Als het gloeiende omhulsel van beleving eenmaal weer aan het groeien is, laat oneindigheid niet toe dat je helemaal terugkeert naar de standaardwereld. Heeft oneindigheid je bijvoorbeeld op iets in je functioneren gewezen, dan laat dit je niet meer los. Je moet een manier vinden om je ermee te verhouden. Zeg, dat oneindigheid je erop heeft gewezen dat je slordig, niet onberispelijk, omgegaan bent met dankbaarheid. En een vriend die je je dank onthouden hebt, is overleden. Deze onrustmakende nalatigheid kun je bijvoorbeeld compenseren door de herinnering aan je vriend vers te houden, voor de rest van je leven en misschien zelfs daarna. Zo doen zieners het. Misschien dwaas, maar voor mij werkt het. Verdriet is voor zieners niet persoonlijk. Het is een trilling in het universum. Volgens de Tolteken die, ik zeg het nog maar een keer, ons de fundamenten van onze huidige praktijken gaven, is er verdriet in het universum, als een trilling, als een toestand. En omdat ze zonder afleidingen leven, zijn zieners ontvankelijk voor de trilling die verdriet is. Voor zieners komt verdriet niet voort uit een individuele subjectieve staat. Het komt uit oneindigheid. Het verdriet dat je kunt voelen omdat je een vriend niet bedankt hebt, kan uiteindelijk zo'n onpersoonlijke kwaliteit krijgen. Tussen haakjes: er is geen compleetheid zonder verdriet en verlangen, want zonder verdriet en verlangen is er geen nuchterheid en geen vriendelijkheid. Kennis zonder nuchterheid en wijsheid zonder vriendelijkheid hebben voor een ziener geen waarde of nut.

Ik had het er eerder over dat zonder meer gehoor geven aan 'wil' betekent dat je een persoon bent. Als het gloeiende omhulsel van beleving eenmaal weer aan het groeien is, is het resultaat dat je niet langer geklonken bent aan de afstemimpuls die je in de standaardwereld tot een persoon maakt en bijgevolg dat je in je waarneming niet langer gebonden bent aan de standaardwereld. De periode voordat je omhulsel voorbij een zeker grens is teruggegroeid doorloop je een proces dat 'het einde van een tijdperk' genoemd wordt. Het is het proces waarin je de structuur van de standaardwereld ontmantelt en de kunst ontwikkelt het universum en de wereld waarin wij leven op een andere manier te begrijpen. Anders gezegd, dat je het ene betekenis systeem afbreekt en een ander betekenis systeem opbouwt. Om een nauwkeurige interpretatie van andere waarnemingen te maken, heb je ervaring nodig. Meer en meer komt je onvervreemdbare individualiteit naar voren en meer en meer vertrouw je op 'intentie'. Laat intentie je gids zijn en je zult ervaren dat door gebruik te maken van de mogelijkheid om je functioneren in vertrouwen over te geven aan de actieve kant van oneindigheid je optimale welzijn in dit leven verzekerd is.

naar ZEVEN (het verzamelpunt) <

 > naar NEGEN (de dood)

Labels:

Juan Matus (Carlos Castaneda) ZEVEN: VERZAMELPUNT

 ZEVEN

Het verzamelpunt

Waarneming is mogelijk, omdat er in de emanatievorm van ieder wezen met beleving een werktuig is dat het verzamelpunt wordt genoemd. Het verzamelpunt selecteert de emanaties voor afstemming en het is de afstemming die wordt waargenomen. Of, anders gezegd, het zijn de afgestemde emanaties die worden waargenomen.

De cocon van de mens is groter dan ons fysieke lichaam. Het verzamelpunt is een ronde vlek met een intense schittering in de schil van de cocon. De vlek bevindt zich ter hoogte van de schouderbladen, op armlengte van de rug. Van de relatief veel heelalemanaties die door de cocon heengaan, gaat slechts een minuscuul aantal direct door het verzamelpunt. Een extra gloed omringt het verzamelpunt, waardoor de lichtsterkte van de emanaties die direct door de vlek gaan, wordt versterkt. Deze extra gloed wordt de gloed van beleving genoemd. 

Elk organisch wezen met beleving en elk anorganisch wezen met beleving heeft een verzamelpunt. Elk levend wezen in het universum zit vast aan het weefwerk van heelalemanaties, dat wij ook de 'zee van beleving' noemen, op een punt met een heldere gloed. En het is op dat punt dat de emanaties geselecteerd worden die, wanneer ze afgestemd worden, leiden tot de individuele waarneming. Omdat zieners zien welke binnenemanaties in de verpakking van elk levend wezen overeenkomen met welke van de heelalemanaties buiten de verpakking, zien ze ook of de emanaties die hun verzamelpunten selecteren dezelfde zijn en dus of wezens een kijk op de wereld delen.

Dát wij waarnemen, wordt mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van beleving in onze cocon en wát wij waarnemen, hangt af van de positie van waaruit het verzamelpunt emanaties selecteert voor afstemming. Iedere specifieke positie resulteert in een specifieke afstemming, en daarmee in een specifieke waarneming want, zoals gezegd,  het is de afstemming die waargenomen wordt. Er is de standaardpositie en er zijn verplaatste posities. In iedere verplaatste positie is het punt waar de cocon hecht aan de zee van beleving een ander punt en bijgevolg zijn er andere emanaties beschikbaar voor afstemming.

Het verzamelpunt heeft niets te maken met wat standaard als het fysieke lichaam waargenomen wordt. Het is onderdeel van de lichtuitstralende bol. Verplaatsting ervan gebeurt door impulsen; schokken, die buiten of binnen de bol ontstaan. Elk mens voelt ze, maar voor de meeste mensen zijn dit onvoorspelbare schokjes die willekeurig plaatsvinden. Ze worden gevoeld als een mild ongemak, bijvoorbeeld een vaag gevoel van verdriet, gevolgd door een lichte euforie. Omdat noch het verdriet noch de euforie een verklaarbare oorzaak hebben, worden ze zelden als ware aanwezigheid van het onbekende beschouwd, maar bijvoorbeeld als humeurigheid afgedaan. Bij zieners echter zijn het voorspelbare impulsen die de bedoeling van de ziener volgen.

In welke positie het verzamelpunt zich ook bevindt, er gaan altijd een relatief groot aantal emanaties uit het hele universum doorheen. In de standaard waarneming worden deze heelalemanaties omgezet in zintuiglijke gegevens, en de zintuiglijke gegevens worden vervolgens geinterpreteerd en waargenomen als de standaardwereld. Deze waarneming van de zee van beleving door middel van de zintuigen is de indirecte waarneming; de waargenomen trillingen worden geinterpreteerd binnen een betekenis systeem. Directe waarneming van de zee van beleving is door middel van beleving. Directe waarneming is niet-zintuiglijk, wanneer onder zintuigen verstaan wordt gezichtsvermogen, gehoor, reukzin, smaakzin en tastzin. Directe waarneming onttrekt zich aan een interpretatie binnen het betekenis systeem van de standaardwereld. Voor ieder individu komt alles wat waargenomen wordt van buitenaf. Het verzamelpunt is de verbinding van het binnen en het buiten, zowel bij indirecte waarneming als bij directe waarneming, of anders gezegd, zowel bij standaard waarneming als bij zien, of nog anders gezegd, zowel in de eerste aandacht als in de tweede aandacht.

Inherent aan de beleving van de mens is de mogelijkheid om trillingen direct waar te nemen zoals deze door het universum gaan. Afhankelijk van de positie van je verzamelpunt in de band van de mens, kun je de afstemming van emanaties indirect waarnemen door middel van je zintuigen en direct waarnemen door middel van je beleving. In het eerste geval is het resultaat een werkelijkheid van solide objecten en in het tweede geval is het resultaat een werkelijkheid van emanatievormen. Er is één universum, met talloze structuren en met talloze materialiteiten, die allemaal bestaan uit emanaties. Slechts een klein gedeelte van deze emanaties is voor de menselijke beleving waarneembaar. De standaardwereld is een van die structuren en een van die materialiteiten, en wel van de emanaties waarop ons verzamelpunt getraind is deze standaard te selecteren voor zintuiglijke waarneming.

Het verzamelpunt van de mens verschijnt in een bepaald gebied van de cocon als bevel van de Adelaar; ons verzamelpunt selecteert van daaruit de emanaties die afgestemd worden. Maar de positie waar het verzamelpunt zich bevindt in onze cocon is geen permanent kenmerk. Het verzamelpunt wordt op een specifieke positie gevestigd door gewoonte, door herhalingen. De standaardpositie van het verzamelpunt is een willekeurige positie en deze positie is voor ons gekozen door onze voorouders. Baby's van organische wezens hebben geen vast verzamelpunt. Het verzamelpunt van pasgeboren organische wezens verschuift alle kanten op, voordat het door de aanwezigheid van volwassenen en hun gewoontes in één positie stabiel wordt. Eerst leren we dat er bepaalde emanaties zijn die waarneembaar zijn en dat het verzamelpunt op een bepaalde plek kan worden geplaatst, en vervolgens wordt het door middel van herhalingen op die positie vastgezet. Zodra het verzamelpunt zich richt op de emanatiebundel van beleving die de band van de mens is en er een aantal emanaties selecteert als voorkeuremanaties, komt ons verzamelpunt in een vicieuze cirkel terecht; hoe vaker bepaalde emanaties afgestemd worden, hoe stabieler het verzamelpunt wordt. De praktijk van een ziener richt zich op het doorbreken van die cirkel. Dit door het verzamelpunt los te maken van de standaardpositie. Wanneer het verzamelpunt verplaatst, verandert het punt van gehechtheid met de zee van beleving.

Emanaties zijn altijd gegroepeerd in bundels. In feite is het dus zo dat het verzamelpunt emanatiebundels selecteert voor afstemming. Een bundel binnenemanaties stemt af op een overeenkomende bundel heelalemanaties. Een voorbeeld van een bundel is het menselijk lichaam zoals dit standaard wordt waargenomen. Of een emanatiebundel die we boom noemen. Bundelen gebeurd ook bij waarnemingen van de emanaties van het onbekende. Wanneer deze als bundels afgestemd worden, nemen zieners ze op dezelfde manier waar als de bundels van de standaard waarneming. Het onbekende zijn slechts de emanaties die door de standaard waarneming zijn genegeerd. Als het echter het onkenbare betreft, heeft ons verzamelpunt geen manier om bundels te selecteren.

Bij mensen bundelt het verzamelpunt en de gloed die het omhult de emanaties die er doorheen gaan tot een stabiele waarneming. Hoe die emanaties gebundeld worden tot deze stabiele waarneming weet niemand. Zieners nemen de trillingen waar, maar enkel het zien van de trillingen vertelt hen niets over het hoe of waarom van deze trillingen. Omdat de Tolteken zagen dat de gloed om het verzamelpunt extreem zwak is bij mensen die bewusteloos zijn geraakt of op het punt staan ​​te sterven, en dat er bij een dood wezen geen spoor van een verzamelpunt is, of van de gloed die het omringt, concludeerden ze dat het de gloed is die de bundeling bewerkstelligt. Zo kwamen ze ertoe de gloed die het verzamelpunt omringt de gloed van beleving te noemen en te concluderen dat beleving en waarneming samengaan. Deze conclusie is nog steeds een van de fundamenten van onze traditie.

Waar het zich ook bevindt binnen de grenzen van de band van de mens selecteert het verzamelpunt emanaties voor afstemming. Een belangrijke observatie. Zieners merkten op dat sommige van hun obsessieve waarnemingen samenvielen met een specifieke verschuiving van het verzamelpunt. Een verschuiving namelijk naar het gebied van de band van de mens dat diametraal tegenovergesteld is aan de standaardpositie. Deze waarnemingen zijn vaak onheilspellend. Het zijn weliswaar waarnemingen van het onbekende, maar ze hebben ook iets van het-zal-wel. Ook kan het verzamelpunt verschuiven en emanaties voor afstemming selecteren die zo dicht bij de emanaties van de standaardwereld liggen dat het lijkt of je een spookwereld waarneemt. Omdat ze het product zijn van de inventaris-activiteit van de mens worden deze waarnemingen eveneens door zieners afgewezen. Voor wie streeft naar vrijheid hebben ze geen waarde, omdat ze worden geproduceerd door een laterale verschuiving. Een laterale verschuiving van het verzamelpunt is een verschuiving van de ene kant naar de andere langs de breedte van de band van de mens, in plaats van een verplaatsing in de diepte van de cocon. Aan beide randen van de band van de mens bevindt zich een grote hoeveelheid cultuur-gerelateerd afval. Is zo'n laterale verschuiving minimaal, dan worden in de standaardwereld de resultaten ervan bijvoorbeeld 'fantasieën' genoemd en is de laterale verschuiving aanzienlijk dan worden de resultaten al gauw 'hallucinaties' genoemd.

Het is niet zo dat de praktijk van zieners je trucs leert; wat je leert naarmate je vordert in je praktijk is de kunst hoe om te gaan met je eigen vitaliteit. Dit resulteert in een constitutie die je verzamelpunt in staat stelt emanaties te selecteren die buiten het bekende liggen. Hier kom ik terug op wat ik eerder over 'intentie' gezegd heb. Intentie is het aspect van afstemming dat het verzamelpunt doet verplaatsen. Het zijn de opdrachten van de Adelaar die een ziener uitnodigen de afstemimpuls gericht te gebruiken. De opdrachten van intentie en de intentie-impuls die daarop volgt, dienen het individu in de omgang met het onbekende. Of, anders gezegd, de intentie-impuls is de afstemimpuls die mensen dient in de ontwikkeling van hun onvervreemdbare karakter. Intentie vindt jou, wanneer oneindigheid bepaald heeft dat je de interesse hebt om je te verhouden met emanaties die buiten het bekende liggen. En het is de activiteit van de intentie-impuls die het verzamelpunt naar een specifieke positie verplaatst. Op voorwaarde dat je genoeg vitaliteit hebt. Er is dus geen procedure nodig om het verzamelpunt te verplaatsen; intentie raakt je aan en de intentie-impuls verplaatst je verzamelpunt. Zo simpel is het.

Ik wenk 'intentie', ik geef mij over, en in een staat van innerlijke stilte wacht ik af of intentie luistert. In een verschuiving om wille van de verschuiving zijn zieners als ik niet geinteresseerd; zo'n verschuiving is een verspilling van mijn vitaliteit. Ik noemde al dat hoe ik omga met mijn eigen vitaliteit een belangrijk facet is van mijn praktijk. Hoe spectaculair misschien ook de mogelijke waarnemingen, verschuivingen om wille van de verschuiving zijn voor mij altijd een afleiding en nooit een opening naar kennis. Ik ben een zoeker en het streven naar vrijheid komt voor mij op de eerste plaats. Ik observeer wat voor mij de ruimste werkelijkheid is en ik participeer in wat voor mij de ruimste werkelijkheid is om vertrouwd te worden met vrijheid, zodat ik in grootst mogelijke vrijheid kan leven en in grootst mogelijke vrijheid kan sterven. Daar heb ik alle vitaliteit die mij gegeven is voor nodig.

Het selecteren van andere werelden gebeurt door een verbinding te onderhouden met intentie. Dan formuleer je jouw streven en door dit bijvoorbeeld uit te spreken wenk je intentie. Op het moment dat je je staat van innerlijke stilte bereikt, beweegt het verzamelpunt overeenkomstig je streven. Het feit dat zo'n manoeuvre mogelijk is, is iets van het grootste belang voor zieners, oud en nieuw, maar om verschillende redenen. De Tolteken gebruikten deze kennis om hun verzamelpunt te laten bewegen naar posities die hen contact liet maken met, en langdurig liet participeren in, alle andere werelden van het onbekende. Voor de zieners van de nieuwe cyclus betekent het de mogelijkheid dat op het moment van hun dood hun verzamelpunt beweegt naar een positie die totale vrijheid wordt genoemd.

Als ik zeg dat de praktijk van zieners je geen trucs leert, dan is dit dus niet helemaal juist. De Tolteken beschikten over formidabele trucs. Een ervan was om de gloed van beleving naar believen te verplaatsen, van zijn standaardpositie op de schil van de cocon naar allerlei posities in de cocon. Wat ik bedoel is dat ik niet in zulke trucs geinteresseerd ben. Ik noem de Tolteken tovenaars en ik ben, als een ziener van de nieuwe cyclus, een zoeker. In mijn praktijk komt het streven naar vrijheid op de eerste plaats. Ik ben leeg en deze leegte weerspiegelt oneindigheid.

Als het verzamelpunt beweegt, buiten de bol dus, duwt het de contouren van de cocon naar buiten, zonder de schil ervan te doorbreken. Het eindresultaat van een beweging van het verzamelpunt is een totale verandering van de emanatievorm van een mens. In plaats van een bol of een ei, wordt deze iets dat lijkt op een pijp. De punt van de steel van de pijp is het verzamelpunt en de kop van de pijp is wat er overblijft van de bol. Als het verzamelpunt blijft bewegen, komt er een moment waarop de bol een dunne lichtuitstralende lijn wordt. Bij mijn weten waren de Tolteken de enigen die deze transformatie volbrachten. In hun nieuwe vorm waren ze nog steeds mensen. Maar ze waren anders in hun zorgen; menselijke inspanningen en preoccupaties hadden geen betekenis meer voor hen. Ik heb ooit zo'n tovenaar ontmoet; kwa uiterlijk was hij niet te onderscheiden van de mensen om hem heen, maar zijn gedrag tartte mijn verbeelding. Ik weet niet hoe de anderen waren, behalve uit tovenaarsverhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven. En in die verhalen komen ze naar voren als behoorlijk bizar. Ik bedoel niet monsterlijk, er wordt gezegd dat ze heel aardig waren, maar het leken onbekende wezens. Wat de mensheid homogeen maakt, is het feit dat we allemaal lichtuitstralende bollen zijn. En die tovenaars waren niet langer bollen, maar lijnen die probeerden zichzelf in cirkels te buigen, wat ze overigens niet altijd voor elkaar kregen. In de verhalen over hen wordt verteld dat ze, door hun bolvormen uit te rekken, erin geslaagd waren de duur van hun leven, en daarmee van hun beleving, te verlengen. Naar mijn persoonlijke mening waren die Tolteken extravagante, obsessieve, grillige mensen die vastgepind werden door hun eigen machinaties. Ik wil vrijheid. Vrijheid om mijn beleving te behouden en toch te verdwijnen in oneindigheid. Maar los van mijn persoonlijke gevoelens, is de prestatie van deze Tolteken ongeëvenaard. Ze hebben in ieder geval bewezen dat de mogelijkheden van beleving van de mens meer omvatten dan enkel de waarneming van de standaardwereld.

Oneindigheid is een levende aanwezigheid die gericht ingrijpt in het leven van zieners. Er is voor een zoeker een eerste keer dat je oneindigheid gewaar bent. Dit gebeurt als een bliksemflits, waarna de opdrachten van 'intentie' je beleving overnemen. Daarna zal wat buiten je is aan je verschijnen op een manier die jou past en die jij moet leren verstaan. Direct contact met oneindigheid brengt je de ervaring van een voortdurend hier en nu. Wat er gebeurt is dat je verzamelpunt verplaatst naar die specifieke positie die voor jou de intentiepositie is. Vervolgens voorziet oneindigheid je van alles wat nodig is om niet slechts een glimp op te vangen van het onbekende, maar om dat wat zich aandient nauwkeurig te observeren en er een actieve participant in te worden. Er is geen manier om die positie van het verzamelpunt naar believen te kiezen. Het is vanuit je innerlijke stilte dat de positie onfeilbaar aangereikt wordt. De keuze is dan ook niet een daad van kiezen, maar de daad van elegant instemmen met het voorstel van oneindigheid. Oneindigheid kiest en de kunst van de ziener is om vreugdevol om te gaan met elke opdracht van de Adelaar. Hiervoor heb je bekwaamheid, vitaliteit en nuchterheid nodig. Er is niets formidabels aan zieners zoals ik, of aan onze praktijken; bekwaamheid, vitaliteit en nuchterheid zijn het gevolg van een leven van onberispelijkheid. Wij verstaan onder onberispelijkheid o.a. het vermogen om met kalmte kansen tegemoet te treden die niet in onze verwachtingen zijn opgenomen. Voor ons is onberispelijkheid een kunst: de kunst om te participeren in oneindigheid zonder te aarzelen, niet omdat we sterk en taai zijn, maar omdat we vol ontzag zijn.

Er zijn twee fenomenen die ons verzamelpunt helpen te verplaatsen. De eerste is wat de impuls-stoot van de tuimelaar genoemd wordt. Een impuls-stoot is een verhevigde versie van de afstemimpuls. De tuimelaar is een belangrijk fenomeen op zich. De tuimelaar is een van de fenomenen die voortkomen uit de emanaties zelf. Het is een van de actieve kanten van oneindigheid, en wel de onophoudelijke activiteit van oneindigheid die betrekking heeft op leven en dood. De impuls-stoot van de tuimelaar dan, is de werking van de dood. Onder invloed van de impuls-stoot van de tuimelaar verplaatst het verzamelpunt naar onvoorspelbare posities. Er waren Tolteken die deze impuls-stoot gebruikten om erdoor voortgestuwd te worden. In plaats van te bezwijken onder de tuimelaar, gaven ze zich eraan over en lieten ze hun verzamelpunt bewegen naar de grenzen van de mogelijkheden van beleving van de mens. Niets anders dan de tuimelaar kan het verzamelpunt zo'n impuls-stoot geven.

Het tweede fenomeen dat ons verzamelpunt helpt te verplaatsen is de impuls-stoot van de aarde. Voor de mens is de impuls-stoot van de aarde de afstemimpuls van enkel de amberkleurige emanaties. Het is een impuls-stoot waardoor je kunt beschikken over alle mogelijkheden van de beleving van de mens.

Zoals gezegd is de aarde een levend wezen, dat in haar verpakking al de verschillende binnenemanaties heeft die aanwezig zijn in alle organische wezens en alle anorganische wezens. De impuls-stoot van de aarde komt voort uit de beleving van de aarde. Zo'n impuls-stoot gebeurt op het moment dat de emanaties in de cocon van de mens afstemmen op de overeenkomende emanaties in de verpakking van de aarde. Wanneer zo'n afstemming gebeurt en je gebruikt die afstemming op een beperkte manier, dan neem je de standaardwereld waar. Heb je echter greep op de afstemimpuls en wend je die afstemming aan als een impuls-stoot, dan is je verzamelpunt in staat een andere wereld te verzamelen.

Het verzamelpunt van de mens kan dusdanig verplaatsen dat directe waarnemingen van de abstracte versie van de werkelijkheid het resultaat is. Deze waarnemingen zijn voor alle zieners dezelfde. En omdat ook de impuls-stoot van de aarde voor iedereen hetzelfde is, kwamen zieners tot de overtuiging dat het de impuls-stoot van de aarde is, die het verzamelpunt andere werelden doet selecteren. Maar alleen wanneer een staat van innerlijke stilte totaal is, kun je van de impuls-stoot van de aarde gebruik maken. Wanneer het verzamelpunt een andere wereld verzamelt, is die wereld compleet. Wanneer je verzamelpunt een impuls-stoot van de aarde gebruikt om emanaties van een andere emanatieband af te stemmen, dan zorgt die nieuwe afstemming ervoor dat de standaardwereld zoals je die kent verdwijnt; je bent niet meer met iedereen en alles wat je kent in de standaardwereld op de manier die je gewend bent. Het is een lange weg om een onberispelijke ziener te worden en om de impact van de impuls-stoot van de aarde aan te kunnen. De snelheid van die impuls-stoot zal je gevoel van individueel bestaan oplossen. De nuchterheid die nodig is om het verzamelpunt andere werelden te laten selecteren, is iets dat niet geimproviseerd kan worden. Nuchterheid moet rijpen en een vertrouwde en betrouwbare eigenschap worden, voordat zoekers de barriere van waarneming zonder nadelige gevolgen kunnen doorbreken. Elke keer dat de Tolteken een dergelijke afstemming maakten, was hun interpretatie dat ze waren afgedaald naar de diepten daarbeneden of waren opgestegen naar de hemel daarboven. Hedendaagse zieners weten dat de standaardwereld verdwijnt als een luchtstroom, wanneer een dergelijke afstemming je een andere wereld laat waarnemen. En dat er geen diepten daarbeneden of hemel daarboven zijn; er is alleen de omgang met beleving.

Anderzijds begrepen de Tolteken de aarde tot in de perfectie. Ze ontdekten en gebruikten niet alleen de mogelijkheden van de impuls-stoot van de aarde, maar ze ontdekten ook dat wanneer ze zich in de aarde begroeven, hun verzamelpunt emanaties selecteerde die op geen enkele andere manier beschikbaar waren. En dat zo'n afstemming het onverklaarbare vermogen van de aarde activeerde om de onophoudelijke slagen van de tuimelaar af te weren. Bijgevolg ontwikkelden ze complexe praktijken om zichzelf voor extreem lange tijd te begraven, zonder enig nadeel voor hun vitaliteit. Deze Tolteken gingen over het algemeen zover dat ze alle emanaties in hun cocon inactief maakten, behalve die welke overeenkwamen met de emanaties van anorganische wezens. Ze waren in staat om het verzamelpunt naar een precieze positie in hun cocon te verplaatsen om de emanaties die ze met de anorganische wezens deelden te benadrukken en om zo met hen te communiceren. Maar ze waren niet per se in staat om hun verzamelpunt terug te bewegen naar zijn standaardpositie. Door een beperkt en heel specifiek spectrum van de sluimerende emanaties in de cocon af te stemmen, boorden deze Tolteken een beperkte maar enorme impuls-stoot van de aarde aan. Ik vertel je dat er zelfs Tolteken waren die de impuls-stoot van de aarde gericht gebruikten om definitief het onbekende in te gaan; door hun verzamelpunt vast te zetten op een permanente positie in een van de zeven emanatiebanden van anorganisch beleving vonden ze er een permanent toevluchtsoord.

naar ZES (afstemming) <

 > naar ACHT (het supplement)

Labels:

Juan Matus (Carlos Castaneda) ZES: AFSTEMMING

 ZES

Afstemming

Afstemming is het proces waarin de emanaties die zich bevinden in de verpakking van een wezen met beleving, de binnenemanaties, afstemmen op de overeenkomende emanaties die zich bevinden buiten de verpakking, de heelalemanaties. Afstemming is het proces van beleving waardoor waarneming tot stand komt. Welke binnenemanaties afstemmen op de heelalemanaties die bij hen passen bepaalt wat het individu waarneemt. Ik kan de emanaties in de cocon van elk organisch wezen zien, zoals ik ook kan zien welke van de heelalemanaties ermee overeenkomen.

Waarneming is mogelijk omdat alle wezens die beleving hebben, de organische wezens en de anorganische wezens, in hun verpakking een werktuig hebben dat het verzamelpunt wordt genoemd. Het verzamelpunt selecteert de emanaties die afgestemd worden. De specifieke afstemming die waargenomen wordt, is het effect van een specifieke positie van het verzamelpunt in de verpakking.

Er is in de cocon van de mens de plek die voor het verzamelpunt de standaardpositie is en er zijn verplaatste posities. Bij de mens kan de positie van het verzamelpunt zowel van binnenuit als door iets of iemand van buitenaf verplaatst worden. Wanneer het verzamelpunt is verplaatst, komen andere dan de standaard emanaties op het verzamelpunt samen. De Tolteken concludeerden dat, aangezien de gloed van beleving het verzamelpunt altijd omhult, waar het zich ook bevindt, het daar is dat de emanaties afstemmen. Ze onderscheidden twee soorten verzamelpuntverplaatsingen. De ene is een verplaatsing naar een willekeurige positie op het oppervlak of in het binnenste van de lichtuitstralende bol; deze verplaatsing noemden ze een verschuiving van het verzamelpunt. De andere is een verplaatsing naar een positie buiten de bol; deze verplaatsing noemden ze een beweging van het verzamelpunt. Een verschuiving, een verschoven positie, doet je een andere versie van de standaardwereld waarnemen en een beweging, een bewogen positie, doet je een andere wereld waarnemen.

Waarnemen is een mysterie. Niet zozeer wat we waarnemen, maar wat het is dat ons doet waarnemen. En wat ons doet waarnemen is een onophoudelijke activiteit van oneindigheid. Deze activiteit  resulteert in wat wij afstemming noemen en afstemming resulteert in wat wij de afstemimpuls noemen. De afstemimpuls is een ontlading die inherent is aan iedere afstemming en die werkt als een vitaliteitsoverdracht.

Eerder had ik het erover dat elk pasgeboren organisme wordt getraind. Dat we niet echt begrijpen hoe pasgeborenen worden overgehaald om te doen wat hun soort doet en zo een standaardpositie voor hun verzamelpunt ontwikkelen, die hen in staat stelt om in hun specifieke omgeving te functioneren. Wat we wel begrijpen is dat de afstemimpuls hierin van doorslaggevend belang is. Het fenomeen van de afstemimpuls zorgt voor onophoudelijke uitbarstingen van vitaliteit die volgen op wat je 'opdrachten van de Adelaar' zou kunnen noemen.

Toen de Tolteken onderzochten hoe de standaard waarneming tot stand komt, zagen ze dat een afstemming onophoudelijk wordt vernieuwd om de waarneming te doordringen van continuiteit. Om een afstemming telkens te vernieuwen met de frisheid die deze nodig heeft om een bewegende wereld te suggereren, worden de ontladingen of uitbarstingen die inherent zijn aan afstemmingen omgeleid om een aantal voorkeurafstemmingen te versterken. Ze zagen echter ook dat, hoewel de afstemimpuls onbegrijpelijk is, zij is te sturen en deze observatie bracht zieners van de nieuwe cyclus ertoe een onderscheid te maken tussen wat wij 'wil' noemen en wat wij 'intentie' noemen.

Wat wij 'wil' noemen zijn die opdrachten van de Adelaar waardoor je in je waarneming gebonden bent aan de standaardwereld. En het is ook wil waardoor het verzamelpunt op een standaardpositie terecht komt. Door de afstemimpuls die wij wilimpuls noemen, die volgt op een opdracht van wil, gedragen mensen zich zoals zij zich gedragen binnen het collectief waarvan zij deel uitmaken. De opdrachten van wil en de wilimpuls dienen het individu in de omgang met het bekende.

Door greep op de afstemimpuls te ontwikkelen kunnen zieners zich ontrekken aan de opdrachten van wil en ontvankelijk maken voor de opdrachten van 'intentie'. Wat wij 'intentie' noemen zijn die opdrachten van de Adelaar die een ziener uitnodigen de afstemimpuls gericht te gebruiken. De opdrachten van intentie en de afstemimpuls die wij intentie-impuls noemen, die volgt op een opdracht van intentie, dienen het individu in de omgang met het onbekende.

De afstemimpuls is een uniek fenomeen, omdat zij ofwel helpt het verzamelpunt te verplaatsen, ofwel het vastgeklonken houdt aan zijn standaardpositie. Zoals gezegd is het aspect van afstemming dat het verzamelpunt stationair houdt 'wil', en het aspect van afstemming dat het doet verplaatsen is 'intentie'. En hoewel het dus mogelijk is de greep op de afstemimpuls te ontwikkelen, blijft het tot op vandaag een mysterie hoe de wilimpuls, de afstemimpuls die je dient in je omgang met het bekende, verandert in de intentie-impuls, de afstemimpuls die je dient in je omgang met het onbekende. Je zou deze verandering kunnen ontvangen als een geschenk van de Adelaar.

Net als 'wil', en daarmee de wilopdracht, is 'intentie', en daarmee de intentie-opdracht, voortdurend in het universum actief. Wat de intentie-opdracht precies is en hoe zij precies effectueert, kan ik niet in taal weergeven. Het is geen gedachte, of een object, of een wens; het is een trilling die altijd en overal waarneembaar is. Zoals 'wil' is 'intentie' een van de actieve kanten van oneindigheid. Alles wat bestaat is verbonden met intentie. Zieners bespreken, begrijpen en gebruiken deze verbinding. En omdat de verwikkelingen van het standaard leven een verdovende werking op deze verbinding hebben, is hun praktijk het open houden van de verbinding door deze verdovende effecten te minimialiseren. Zieners zijn serieus bezig met hun verleden, maar niet met een persoonlijk verleden. Voor zieners is hun verleden wat andere zieners in vervlogen tijden hebben bereikt in termen van individuele vrijheid. Dit is het verleden dat mijn ​​referentiepunt is.

De intentie-opdracht manifesteert zich voortdurend aan iedereen met dezelfde intensiteit en consistentie, maar niet iedereen is voortdurend ontvankelijk voor de onthullingen ervan. Voor wie er wel ontvankelijk voor is, is de intentie-opdracht als een magische vogel die even pauzeert in haar vlucht om een mens hoop en richting te geven; zieners leven in de wind van deze vogel, die ze de vogel van wijsheid noemen, of de vogel van vrijheid. De praktijk van zieners is als een steeds terugkeren naar oneindigheid, na verdwaald geweest te zijn in een woestijn. En uit de woestijn breng je trofeeën mee, zoals bijvoorbeeld voor mij begrip een trofee is.

Voor mij is intentie een abstractie die ik ken zonder woorden. Zij is een abstractie omdat ik mij geen voorstelling kan maken van wat zij is. Toch, zonder enige kans of wens om haar te begrijpen, hanteer ik de intentie-opdracht. Ik herken haar, ik wenk haar, ik verleid haar, ik raak ermee vertrouwd en geef haar expressie met mijn daden. Intentie luistert alleen als de spreker in gebaren spreekt. En een gebaar betekent niet een teken of een lichaamsbeweging, maar een daad van ware overgave, van vrijgevigheid, van humor. Als gebaar voor intentie bieden zieners het eerlijkste wat zij te bieden hebben in stilte aan het abstracte aan. Voor mij is er geen nadenken, verwonderen of speculeren. Uit ervaring weet ik dat door gebruik te maken van de mogelijkheid om mijn functioneren in vertrouwen over te geven aan deze actieve kant van oneindigheid, te laten bepalen door deze actieve kant van oneindigheid, mijn optimale welzijn in dit leven verzekerd is.

Gericht gebruik van de intentie-impuls is de meest geavanceerde greep op de afstemimpuls. Dit betekent het in stand kunnen houden van een afstemming, van welke emanaties dan ook die door de gloed van beleving zijn verlicht, door welke verplaatsing van het verzamelpunt dan ook. Zo maakt het gerichte gebruik van de intentie-impuls het mogelijk om niet slechts een glimp op te vangen van het onbekende, maar om dat wat zich aandient nauwkeurig te observeren en er een actieve participant in te worden.

De afstemimpuls kan voor de mens nadelige gevolgen hebben. Om de standaardwereld anders waar te nemen, moet je voldoende weerstand hebben om de druk van een afstemimpuls aan de linkerkant, die onder standaard omstandigheden nooit gebeurt, te weerstaan. Om andere werelden waar te nemen, moet je vitaliteit zodanig zijn dat er door de barriere van waarneming gebroken wordt, en nog genoeg weerstand over hebben om de druk van de afstemimpuls van de andere emanatiebanden te weerstaan.

Een noodzakelijk gebeuren in het leven van een zoeker is het moment waarop deze zonder schild is. Dit moment staat bekend als het verliezen van de menselijke vorm. De voorkant van de cocon van de mens is een soort schild, dat zieners de voorplaat noemen. In profiel is de ei-achtige vorm als een grote asymmetrische jojo die op zijn kant staat, of als een bijna ronde pot die op zijn kant rust met een deksel erop. Het deel dat op een deksel lijkt is de voorplaat; het is misschien wel een vijfde van de dikte van de totale cocon. Het is een bijna ondoordringbaar, onwrikbaar schild dat je beschermt tegen de invloed van de tuimelaar. De tuimelaar is een belangrijk fenomeen, waar ik nog op terug zal komen.

De menselijke vorm is een emanatiebundel in de emanatieband van organisch leven. Van alle organische wezens komt de bundel alleen voor in de cocon van de mens. Daarom noemen wij deze bundel de mal van de mens. De menselijke vorm is een samenpakking van trillingen. Of, anders gezegd, de menselijke vorm is de afstemimpuls van de emanaties die op de standaardpositie van het verzamelpunt van de mens geselecteerd worden voor afstemming. Dit is de wilimpuls en het is de wilimpuls die het individu in de standaardwereld tot een persoon binnen een collectief maakt. Een persoon zijn betekent dat je zonder meer gehoor geeft aan de wilimpuls en bijgevolg dat je verbonden bent met de standaardpositie en bijgevolg dat je in je waarneming gebonden bent aan de standaardwereld.

Door de praktijken die zij beoefenen verschuift het verzamelpunt van zoekers herhaaldelijk naar links. Tot dit een permanente verplaatsing wordt naar een nieuwe positie aan de linkerkant. Als de standaardpositie de wilpositie is, dan is deze permanente nieuwe positie de intentiepositie. De verschuiving naar de intentiepositie brengt een nieuwe afstemming van emanaties met zich mee, en daarmee een nieuwe waarneming. Het is het begin van een reeks grotere verschuivingen en bewegingen. Zieners noemen deze permanente verschuiving naar de intentiepositie het verliezen van de menselijke vorm, omdat het een onomkeerbare verschuiving van het verzamelpunt markeert, weg van zijn standaardpositie. Deze onomkeerbare verschuiving resulteert erin dat je niet langer geklonken bent aan de wilimpuls, ofwel de afstemimpuls die je in de standaardwereld tot een persoon maakt.

Een collectief neemt een standaardwereld waar vanwege een gedeelde uniformiteit en samenhang. Mensen hebben uniformiteit in de zin dat elk mens op aarde de emanatievorm heeft van een bol of een ei. En het feit dat deze vorm bijeengehouden wordt als bol of ei toont aan dat er samenhang is. Deze twee condities worden bewerkstelligd tijdens de opvoeding en ze zijn zo vanzelfsprekend dat hun belang pas beseft wordt als je geconfronteerd wordt met de mogelijkheid om andere versies van de standaardwereld waar te nemen of om andere werelden waar te nemen. Om dit coherent en volledig te kunnen, is een andere, passende, uniformiteit en samenhang nodig. Er is discipline en vitaliteit voor nodig om je uniformiteit en samenhang te herschikken. De uniformiteit en samenhang herschikken betekent de intentiepositie innemen, door het verzamelpunt op een verplaatste positie vast te zetten en te voorkomen dat het terugglijdt naar zijn standaardplek. De Tolteken waren hier meesters in en dit stelde hen in staat alles waar te nemen wat binnen het bereik ligt van het menselijke vermogen om waar te nemen.

Een voorbeeld van een veranderde uniformiteit en samenhang zijn sommige Tolteken van wie de cocon een lijn werd; voor ieder van hen geldt dat ze uniform een lijn werden en coherent een lijn bleven. Uniformiteit en samenhang als lijn stelden hen in staat een homogene andere wereld waar te nemen. Ze verkregen uniformiteit en samenhang door de positie van het verzamelpunt vast te zetten. In principe kunnen alle emanaties die door de ruimte binnen de schil van de emanatievorm van de mens gaan door de mens waargenomen worden. In de praktijk worden er hiervan maar een heel beperkt aantal gebruikt voor afstemming. En in de standaardwaarneming wordt dit aantal nog eens sterk gereduceerd. Deze Tolteken strekten de bol uit tot een lijn die vele malen groter is en namen alle emanaties waar die door die lijn gingen.

De Tolteken noemden het resultaat van het vastzetten van het verzamelpunt op verplaatste posities aan de linkerkant de tweede aandacht. Ze behandelden de tweede aandacht als een gebied van allesomvattende activiteit, net zoals de aandacht van de standaardwereld dat is. Zieners hebben in feite twee complete werkelijkheden voor hun waarnemingen: een beperkte werkelijkheid, de eerste aandacht, ofwel de beleving van de standaardwereld, wat neerkomt op het vastzetten van het verzamelpunt op zijn standaardpositie aan de rechterkant; en een onbeperkte werkelijkheid, de tweede aandacht, ofwel het vastzetten van het verzamelpunt op elk van een groot aantal verschoven en bewogen posities aan de linkerkant.

Een gevaar bij het verzamelen van andere versies van de standaardwereld is dat die werelden net zo bezitterig zijn als de standaardwereld. Een eigenschap van de afstemimpuls is om het verzamelpunt op een positie vast te zetten. Weliswaar niet door de afstemmingen van de standaardpositie, maar door afstemmingen van een positie die op hun beurt voorkeurafstemmingen worden. En dit geldt niet enkel voor verschuivingen, maar ook voor bewegingen waarbij de barriere van waarneming doorbroken wordt.

Om een andere wereld waar te nemen is een afstemming nodig van emanaties van een andere emanatieband dan de emanatieband van organisch leven. De andere wereld die het gemakkelijkst is om te selecteren is wat de zwarte wereld genoemd wordt. Een van de eigenschappen van de zwarte wereld is dat de emanaties die in de zwarte wereld met tijd van doen hebben verschillen van de emanaties die in de standaardwereld met tijd van doen hebben, en die dan ook een ander gewaarzijn van tijd opleveren. Zieners die in de zwarte wereld participeren, zweren dat ze er een lange periode hebben doorgebracht, terwijl het in termen van de standaardwereld slecht een moment blijkt te zijn geweest. Wanneer zieners het over tijd hebben, bedoelen ze niet iets dat gemeten wordt door de beweging van een klok. Tijd is de essentie van beleving. Ik voor mij heb de overtuiging dat de emanaties zijn gemaakt van tijd. Je kunt zeggen dat wanneer zieners de mogelijkheden van beleving ontwikkelen, ze vertrouwd raken met tijd.

naar VIJF (beleving) < 

> naar ZEVEN (het verzamelpunt)

Labels: